1. Indien een aanvraag om een vergunning krachtens
artikel 8.1 van de Wet milieubeheeris ingediend bij burgemeester en wethouders vóór het tijdstip waarop ingevolge
artikel 8.2a, eerste lid, onder a, van die wetde bevoegdheid om te beslissen op die aanvraag overgaat naar het dagelijks bestuur van een regionaal openbaar lichaam als bedoeld in de
Kaderwet bestuur in verandering, blijft het voor dat tijdstip ten aanzien van de beslissing op die aanvraag geldende recht van toepassing tot het tijdstip waarop de beslissing onherroepelijk is geworden.
2. Indien het voornemen tot het geven van een beschikking met betrekking tot een vergunning krachtens
artikel 8.1 van de Wet milieubeheerdoor burgemeester en wethouders is bekendgemaakt vóór het tijdstip waarop ingevolge
artikel 8.2a, eerste lid, onder a, van die wetde bevoegdheid om te beslissen op een aanvraag om een zodanige vergunning overgaat naar het dagelijks bestuur van een regionaal openbaar lichaam als bedoeld in de
Kaderwet bestuur in verandering, blijft het voor dat tijdstip ten aanzien van die beschikking geldende recht van toepassing tot het tijdstip waarop de beslissing onherroepelijk is geworden.