1. Het aantal personen, bedoeld in artikel 1, wordt als volgt verdeeld:
a. voor het studiejaar 1994–1995: de Universiteit van Amsterdam: 65, en de Vrije Universiteit te Amsterdam: 55, samenwerkend in ACTA;
de Katholieke Universiteit Nijmegen: 60;
de Universiteit van Amsterdam: 65, en de Vrije Universiteit te Amsterdam: 55, samenwerkend in ACTA;
de Katholieke Universiteit Nijmegen: 60;
b. voor het studiejaar 1995–1996: de Universiteit van Amsterdam: 65, en de Vrije Universiteit te Amsterdam: 55, samenwerkend in ACTA;
de Katholieke Universiteit Nijmegen: 60;
de Rijksuniversiteit Groningen: 30.
de Universiteit van Amsterdam: 65, en de Vrije Universiteit te Amsterdam: 55, samenwerkend in ACTA;
de Katholieke Universiteit Nijmegen: 60;
de Rijksuniversiteit Groningen: 30.