In het tijdvak dat loopt van 5 april 1994 tot en met 1 juli 1994 wordt een landbouwtelling gehouden als bedoeld in de artikelen 24en 25 van de Landbouwwet(Stb. 1957, 342).
1. Ten behoeve van de telling als bedoeld in artikel 2wordt een beschrijvingsbiljet, als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, uitgereikt of verzonden door of vanwege de directeur namens de minister.
2. De opgaveplichtige verstrekt de op het beschrijvingsbiljet gevraagde gegevens naar de toestand op de datum van ondertekening, tenzij op het biljet of door de districtsbureauhouder anders is aangegeven, en neemt daarbij de overige op het biljet of door de districtsbureauhouder gestelde aanwijzingen in acht.
3. De opgaveplichtige ondertekent op de zittingsdag het beschrijvingsbiljet en levert deze in bij de districtsbureauhouder, dan wel indien het beschrijvingsbiljet aan de opgaveplichtige is toegezonden, levert hij het beschrijvingsbiljet binnen vijf dagen nadat deze aan hem is verzonden in bij de districtsbureauhouder.
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. De regeling wordt aangehaald als: ‘Regeling landbouwtelling 1994’.