Artikel 1
1. Het bestuur van een psychiatrisch ziekenhuis, niet zijnde een zwakzinnigeninrichting, verpleeginrichting of een justitiële inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden, draagt er zorg voor dat een in een psychiatrisch ziekenhuis opgenomen patiënt kan worden bijgestaan door een patiëntenvertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder m, onder a, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen.
2. Het bestuur van een psychiatrisch ziekenhuis als bedoeld in artikelen 14a, vijfde lid, of 34b, onder a, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, draagt er zorg voor dat de betrokkene kan worden bijgestaan door een patiëntenvertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder m, onder b, van deze wet.
2. Het bestuur van een psychiatrisch ziekenhuis als bedoeld in artikelen 14a, vijfde lid, of 34b, onder a, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, draagt er zorg voor dat de betrokkene kan worden bijgestaan door een patiëntenvertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder m, onder b, van deze wet.