1. De bepalingen van de
Algemene Ouderdomswet, zoals die wet luidde vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet, blijven ook op en na die datum van toepassing op de pensioengerechtigde die vóór die datum recht heeft op ouderdomspensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde van wie de echtgenoot jonger is dan 65 jaar, zolang deze echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in
artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt.
2. Het eerste lid vindt geen toepassing meer indien op een datum op of na de inwerkingtreding van deze wet, het huwelijk van de pensioengerechtigde met de in het eerste lid bedoelde echtgenoot geëindigd is.