Artikel 1
Deze regeling is van toepassing op luchtvaartuigen behorend tot het luchthavenverkeer van burgerluchthavens waar geen luchtverkeersleiding wordt gegeven en waarvoor:
a. de minister geen luchtverkeerscircuits heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 23 van de Regeling luchtverkeersdienstverlening, of
b. het bevoegde gezag geen andere luchtverkeerspatronen heeft voorgeschreven overeenkomstig de artikelen 8.44 en 8.64 van de Wet luchtvaart.
a. de minister geen luchtverkeerscircuits heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 23 van de Regeling luchtverkeersdienstverlening, of
b. het bevoegde gezag geen andere luchtverkeerspatronen heeft voorgeschreven overeenkomstig de artikelen 8.44 en 8.64 van de Wet luchtvaart.