1. Degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van paragraaf 1
a.4.2 van het
Besluit genetisch gemodificeerde organismen Wet milieugevaarlijke stoffenhandelingen met genetisch gemodificeerde organismen verricht ten aanzien waarvan hij ingevolge die paragraaf verplicht is een kennisgeving te doen, dient in afwijking van die paragraaf deze kennisgeving te doen:
a. indien het een kennisgeving als bedoeld in artikel 1i betreft: binnen drie maanden na die inwerkingtreding;
b. indien het een kennisgeving als bedoeld in de artikelen 1h of 1j betreft: binnen een jaar na die inwerkingtreding.
2. Indien hij ingevolge voorschriften verbonden aan een vergunning op grond van de
Wet milieubeheerreeds kennisgeving heeft gedaan aan het bevoegd gezag of aan de Voorlopige commissie genetische modificatie van een handeling met betrekking tot genetisch gemodificeerde organismen ten aanzien waarvan kennisgeving is voorgeschreven ingevolge artikel 1
ivan het in het eerste lid genoemde besluit, behoeft hij daarvan, in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder
a, niet opnieuw een kennisgeving te doen.
3. Ten aanzien van een kennisgeving als bedoeld in het eerste lid zijn de artikelen 1
f, tweede en derde lid, 1
ken 1
l, eerste lid, van het in het eerste lid genoemde besluit van overeenkomstige toepassing.
4. In afwijking van § 1
a.5 van het in het eerste lid genoemde besluit mogen de handelingen waarvan een kennisgeving is gedaan als bedoeld in dat lid, worden voortgezet, tenzij Onze Minister binnen 60 dagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving een vergunning heeft verleend waaraan afwijkende voorschriften of beperkingen zijn verbonden. In dat geval bepaalt Onze Minister daarbij tevens het tijdstip waarop die voorschriften of beperkingen gaan gelden.