De bepalingen van de artikelen 7 en 8, derde en vierde lid, onderdeel a, van de richtlijn zijn van toepassing op overeenkomsten waarin risico's worden gedekt, die zijn gelegen op het grondgebied van de lid-staten van de Europese Gemeenschappen, met dien verstande:
a. dat de conflictenrechtelijke bepalingen van het verdrag van toepassing zijn 1°. op de vraag of overeenkomstig het bepaalde in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, tweede volzin, van de richtlijn het mogelijk is, het recht van een ander land te kiezen; alsmede
2°. op de vraag of overeenkomstig het bepaalde in artikel 7, eerste lid, onderdeel d, van de richtlijn een grotere vrijheid is toegestaan voor de keuze van het op de overeenkomst toepasselijke recht dan zou voortvloeien uit het bepaalde in de onderdelen b en c;
1°. op de vraag of overeenkomstig het bepaalde in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, tweede volzin, van de richtlijn het mogelijk is, het recht van een ander land te kiezen; alsmede
2°. op de vraag of overeenkomstig het bepaalde in artikel 7, eerste lid, onderdeel d, van de richtlijn een grotere vrijheid is toegestaan voor de keuze van het op de overeenkomst toepasselijke recht dan zou voortvloeien uit het bepaalde in de onderdelen b en c;
b. dat het Nederlandse recht voorziet in de mogelijkheid van de toepassing van de bepaling bedoeld in artikel 7, tweede lid, tweede alinea, van de richtlijn;
c. dat de conflictenrechtelijke bepalingen van het verdrag de algemene bepalingen vormen van internationaal privaatrecht inzake verbintenissen uit overeenkomst in de zin van artikel 7, derde lid, van de richtlijn; en
d. dat overeenkomstig het bepaalde in artikel 8, vierde lid, onderdeel c, van de richtlijn op verbintenissen uit overeenkomsten inzake een verplichte verzekering van toepassing is het recht van de staat die de verzekeringsplicht oplegt.