Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. inrichting: inrichting die behoort tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie, bestemd voor de produktie van titaandioxide;
b. bestaande inrichting: inrichting die voor 22 februari 1978 is opgericht en waarvan de jaarcapaciteit voor de produktie van titaandioxide na die datum met niet meer dan 15 000 ton is uitgebreid;
c. nieuwe inrichting: inrichting die geen bestaande inrichting is;
d. stof: 1°. ingeval het sulfaatproces wordt toegepast: stofdeeltjes van welke aard ook, afkomstig van de inrichting, en met name stofdeeltjes afkomstig van erts en pigment;
2°. ingeval het chloorproces wordt toegepast: stofdeeltjes van welke aard ook, afkomstig van de inrichting, en met name stofdeeltjes afkomstig van erts, pigment en cokes;
1°. ingeval het sulfaatproces wordt toegepast: stofdeeltjes van welke aard ook, afkomstig van de inrichting, en met name stofdeeltjes afkomstig van erts en pigment;
2°. ingeval het chloorproces wordt toegepast: stofdeeltjes van welke aard ook, afkomstig van de inrichting, en met name stofdeeltjes afkomstig van erts, pigment en cokes;
e. SOx: gasvormig zwaveldioxide (SO2) en zwaveltrioxide (SO3), afkomstig van de verschillende fasen van het produktieproces en van de interne behandeling van afvalstoffen, met inbegrip van zuurdruppels;
f. chloor: gasvormig chloor, afkomstig van de verschillende fasen van het produktieproces;
g. Nm3: kubieke meter bij een temperatuur van 273 K en een druk van 101,3 kPa, droog;
h. bevoegd gezag: het bestuursorgaan dat bevoegd is een omgevingsvergunning voor de betrokken inrichting te verlenen.
a. inrichting: inrichting die behoort tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie, bestemd voor de produktie van titaandioxide;
b. bestaande inrichting: inrichting die voor 22 februari 1978 is opgericht en waarvan de jaarcapaciteit voor de produktie van titaandioxide na die datum met niet meer dan 15 000 ton is uitgebreid;
c. nieuwe inrichting: inrichting die geen bestaande inrichting is;
d. stof: 1°. ingeval het sulfaatproces wordt toegepast: stofdeeltjes van welke aard ook, afkomstig van de inrichting, en met name stofdeeltjes afkomstig van erts en pigment;
2°. ingeval het chloorproces wordt toegepast: stofdeeltjes van welke aard ook, afkomstig van de inrichting, en met name stofdeeltjes afkomstig van erts, pigment en cokes;
1°. ingeval het sulfaatproces wordt toegepast: stofdeeltjes van welke aard ook, afkomstig van de inrichting, en met name stofdeeltjes afkomstig van erts en pigment;
2°. ingeval het chloorproces wordt toegepast: stofdeeltjes van welke aard ook, afkomstig van de inrichting, en met name stofdeeltjes afkomstig van erts, pigment en cokes;
e. SOx: gasvormig zwaveldioxide (SO2) en zwaveltrioxide (SO3), afkomstig van de verschillende fasen van het produktieproces en van de interne behandeling van afvalstoffen, met inbegrip van zuurdruppels;
f. chloor: gasvormig chloor, afkomstig van de verschillende fasen van het produktieproces;
g. Nm3: kubieke meter bij een temperatuur van 273 K en een druk van 101,3 kPa, droog;
h. bevoegd gezag: het bestuursorgaan dat bevoegd is een omgevingsvergunning voor de betrokken inrichting te verlenen.