Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
b. fonds: Infrastructuurfonds, bedoeld in artikel 2;
c. meerjarenprogramma: het in artikel 4 bedoelde Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport;
d. infrastructuur: alle onroerende voorzieningen ten behoeve van het verkeer en vervoer van personen en goederen, met inbegrip van de daarbij behorende voorzieningen ten behoeve van de verkeersveiligheid en de bescherming van het milieu;
e. aanleg: aanleg van infrastructuur en verbetering van bestaande infrastructuur voor zover daardoor de effectieve capaciteit of de verkeersveiligheid wordt vergroot of wordt bijgedragen aan de bescherming van het milieu;
f. beheer en onderhoud: instandhouding van de gebruiksfunctie van de infrastructuur, met uitzondering van bediening;
g. bediening: handelingen nodig voor het gebruik van de infrastructuur en voor het begeleiden van het verkeer;
h. basisinformatie: het inwinnen, bewerken en verspreiden van gegevens nodig voor het beschrijven, van het verkeer te water, van het wegverkeer en van het verkeer over spoorwegen, met het oog op aanleg en gebruik van infrastructuur;
i. regionaal openbaar lichaam: een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000;
j. intermodaal vervoer: vervoer van goederen in de aangeboden laadeenheid door middel van twee of meer vervoersmodaliteiten.
a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
b. fonds: Infrastructuurfonds, bedoeld in artikel 2;
c. meerjarenprogramma: het in artikel 4 bedoelde Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport;
d. infrastructuur: alle onroerende voorzieningen ten behoeve van het verkeer en vervoer van personen en goederen, met inbegrip van de daarbij behorende voorzieningen ten behoeve van de verkeersveiligheid en de bescherming van het milieu;
e. aanleg: aanleg van infrastructuur en verbetering van bestaande infrastructuur voor zover daardoor de effectieve capaciteit of de verkeersveiligheid wordt vergroot of wordt bijgedragen aan de bescherming van het milieu;
f. beheer en onderhoud: instandhouding van de gebruiksfunctie van de infrastructuur, met uitzondering van bediening;
g. bediening: handelingen nodig voor het gebruik van de infrastructuur en voor het begeleiden van het verkeer;
h. basisinformatie: het inwinnen, bewerken en verspreiden van gegevens nodig voor het beschrijven, van het verkeer te water, van het wegverkeer en van het verkeer over spoorwegen, met het oog op aanleg en gebruik van infrastructuur;
i. regionaal openbaar lichaam: een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000;
j. intermodaal vervoer: vervoer van goederen in de aangeboden laadeenheid door middel van twee of meer vervoersmodaliteiten.