1. De minister stelt de bijdrage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, vast binnen een jaar na ontvangst van de op het jaar 1992 betrekking hebbende definitieve kostenopgave, als bedoeld in artikel 6, eerste lid sub b van het Besluit verantwoording en vergoeding uitkeringskosten ABW, IOAW en IOAZ.
2. Het bedrag van de bijdrage wordt verkregen door toepassing van de in artikel 4, tweede lidgenoemde formule, met dien verstande dat voor de daar bedoelde voorlopige kostenopgaven wordt gelezen alle voorlopige kostenopgaven.
3. Het voorschot en de bijdrage zullen, het gemeentebestuur gehoord, worden teruggevorderd indien niet aan het bepaalde in artikel 2is voldaan.
4. De minister deelt de vaststelling van de bijdrage schriftelijk aan het gemeentebestuur mede.
5. De bijdrage wordt betaald met verrekening van het verleende voorschot, als bedoeld in het eerste lid van artikel 4.