De commissie heeft tot taak, in het licht van de modernisering van het zorgstelsel waarin voorzien is in het tot stand komen van een basisverzekering, op hoofdlijnen onderzoek te doen naar de positionering van het totaal aan medische zorg zoals thans geleverd door huisartsen, medisch-specialisten en ziekenhuizen, en daarover te adviseren. Het advies zal met name zijn gericht op de volgende onderwerpen.
a. De samenwerking tussen specialist en ziekenhuis;
b. De samenwerking tussen specialist en huisarts;
c. De kostentoedelingen en de declaratiesystemen van huisartsen, specialisten en ziekenhuizen;
d. De rol van de verzekeraars bij het functioneren van huisarts, specialist en ziekenhuis;
De commissie zal zich bij haar werkzaamheden laten adviseren door deskundigen uit de kringen van de koepelorganisaties van aanbieders, verzekeraars en patiënten/consumenten van de genoemde vormen van zorg.
1. De commissie is als volgt samengesteld.
2. De commissie wordt in haar werkzaamheden bijgestaan door een secretariaat, bestaande uit de heer dr E. Elsinga, mevrouw drs. L. M. C. Ongering en mevrouw C. M. Visser, allen werkzaam bij het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, Rijswijk.
Mede met het oog op de gewenste voortgang en de af te leggen trajecten brengt de commissie binnen een jaar na aanvang van haar werkzaamheden haar eindadvies uit aan de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.
Zo nodig zal de commissie een interimadvies uitbrengen.
1. De leden van de commissie ontvangen vacatiegelden alsmede een vergoeding voor de reis- en verblijfkosten volgens de bestaande rijksregelingen, voor zover niet uit anderen hoofde een vergoeding voor deze kosten wordt verleend uit 's-Rijks kas.
2. De overige uit de uitvoering van dit besluit voortvloeiende kosten worden vergoed op basis van een vooraf ingediende en door de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur goedgekeurde begroting.
Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt met inachtneming van de bepalingen van het Besluit algemene secretarie-aangelegenheden rijksadministratie (Stb. 1980, 182) op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. De bescheiden worden bij opheffing van de commissie in het Centraal oud archief van het ministerie opgenomen.