1. Met ingang van de overgangsdatum verkrijgt het personeelslid met wie een arbeidsovereenkomst als bedoeld in
artikel 4, eerste lid van de Wet Stichting ROIis gesloten, ter zake van de ouderdoms- en nabestaandenpensioenvoorziening aanspraken jegens een door de stichting ROI aan te wijzen instelling als bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onder c, van de Pensioen- en spaarfondsenwet(Stb. 1952, 275) die in totaliteit gelijkwaardig is aan die welke het personeelslid op de laatste dag voor de overgangsdatum heeft jegens het Algemeen burgerlijk pensioenfonds krachtens de Algemene burgerlijke pensioenwet (Stb. 1966, 6).
2. De in het eerste lid bedoelde instelling wordt door de Stichting ROI uiterlijk op de overgangsdatum aangewezen.