Het examenprogramma voor de modules van het landelijk examen bevat de volgende eisen:
a. voor de module algemene communicatie en communicatieprocedures: 1º. grondige kennis van: radio- en telefonieprocedures en Engels Standard Marine Vocabulary;
2º. kennis van: de Engelse of Duitse taal, en van algemene regelgeving met betrekking tot radio- en telefonieprocedures;
3º. begrip van: technische principes van radiotelefonie;
4º. bedrevenheid in het toepassen van de onder 1° en 2° genoemde vakken.
1º. grondige kennis van: radio- en telefonieprocedures en Engels Standard Marine Vocabulary;
2º. kennis van: de Engelse of Duitse taal, en van algemene regelgeving met betrekking tot radio- en telefonieprocedures;
3º. begrip van: technische principes van radiotelefonie;
4º. bedrevenheid in het toepassen van de onder 1° en 2° genoemde vakken.
b. voor de module nautische kennis: 1º. kennis van: scheepstypen zeevaart, scheepstypen binnenvaart, manoeuvreereigenschappen van zeeschepen, manoeuvreereigenschappen binnenvaart;
2º. keenis van: bouw en uitrusting zeevaart, bouw en uitrusting binnenvaart, scheepsbescheiden zeevaart, scheepsbescheiden binnenvaart;
3º. kennis van: hydrologie: horizontale en verticale getijbewegingen;
gebruik getij- en waterstandgegevens;
getijtafels van Nederland;
bepalen van tijden van hoog en laag water;
reductievlakken;
tijpoortberekeningen;
horizontale en verticale getijbewegingen;
gebruik getij- en waterstandgegevens;
getijtafels van Nederland;
bepalen van tijden van hoog en laag water;
reductievlakken;
tijpoortberekeningen;
4º. kennis van: meteorologie: kenmerkende eigenschappen van druksystemen;
kenmerkende eigenschappen van depressies;
luchtdruk en wind;
vorming van mist en wolken;
vorming van neerslag.
kenmerkende eigenschappen van druksystemen;
kenmerkende eigenschappen van depressies;
luchtdruk en wind;
vorming van mist en wolken;
vorming van neerslag.
1º. kennis van: scheepstypen zeevaart, scheepstypen binnenvaart, manoeuvreereigenschappen van zeeschepen, manoeuvreereigenschappen binnenvaart;
2º. keenis van: bouw en uitrusting zeevaart, bouw en uitrusting binnenvaart, scheepsbescheiden zeevaart, scheepsbescheiden binnenvaart;
3º. kennis van: hydrologie: horizontale en verticale getijbewegingen;
gebruik getij- en waterstandgegevens;
getijtafels van Nederland;
bepalen van tijden van hoog en laag water;
reductievlakken;
tijpoortberekeningen;
horizontale en verticale getijbewegingen;
gebruik getij- en waterstandgegevens;
getijtafels van Nederland;
bepalen van tijden van hoog en laag water;
reductievlakken;
tijpoortberekeningen;
4º. kennis van: meteorologie: kenmerkende eigenschappen van druksystemen;
kenmerkende eigenschappen van depressies;
luchtdruk en wind;
vorming van mist en wolken;
vorming van neerslag.
kenmerkende eigenschappen van druksystemen;
kenmerkende eigenschappen van depressies;
luchtdruk en wind;
vorming van mist en wolken;
vorming van neerslag.
c. voor de module verkeersdienstapparatuur: 1º. kennis van: walapparatuur, informatieverwerkende systemen en randapparatuur;
2º. begrip van: boordapparatuur;
3º. bedrevenheid in het toepassen van het onder 1° genoemde vak.
1º. kennis van: walapparatuur, informatieverwerkende systemen en randapparatuur;
2º. begrip van: boordapparatuur;
3º. bedrevenheid in het toepassen van het onder 1° genoemde vak.
d. voor de module algemene scheepvaartverkeersreglementering: 1º. grondige kennis van: de Scheepvaartverkeerswet, relevante uitvoeringsregelingen en daaruit voortvloeiende wettelijke bevoegdheden;
2º. kennis van: de relevante wetgeving met betrekking tot milieu en vervoer gevaarlijke stoffen;
3º. kennis van: administratieve verwerking met betrekking tot ongevallen, incidenten en overtredingen.
1º. grondige kennis van: de Scheepvaartverkeerswet, relevante uitvoeringsregelingen en daaruit voortvloeiende wettelijke bevoegdheden;
2º. kennis van: de relevante wetgeving met betrekking tot milieu en vervoer gevaarlijke stoffen;
3º. kennis van: administratieve verwerking met betrekking tot ongevallen, incidenten en overtredingen.
e. voor de module topografie en geografie: 1º. grondige kennis van: betonningssystemen in Nederland;
2º. kennis van: de gebieden waarin verkeersbegeleiding wordt gegeven, nautische en hydrografische publikaties.
1º. grondige kennis van: betonningssystemen in Nederland;
2º. kennis van: de gebieden waarin verkeersbegeleiding wordt gegeven, nautische en hydrografische publikaties.
f. voor de module verkeersdienst: 1º. grondige kennis van: de richtlijnen van de Internationale Maritieme Organisatie voor verkeersdienstsystemen:
2º. bedrevenheid in het toepassen van de onder 1° genoemde richtlijnen.
1º. grondige kennis van: de richtlijnen van de Internationale Maritieme Organisatie voor verkeersdienstsystemen:
2º. bedrevenheid in het toepassen van de onder 1° genoemde richtlijnen.
g. voor de module organisatie van de verkeersafwikkeling: enig begrip van: instanties, bedrijven en organisaties die betrokken zijn bij de afwikkeling van het scheepvaartverkeer.