1. Overeenkomstig de bepalingen van de raadsverordening en de commissieverordening wordt aan producenten, wier referentiehoeveelheden dan wel heffingvrije hoeveelheden bedoeld in artikel 7 van de beschikking op basis van artikel 2, derde liden/of artikel 6, derde en vierde lid, van Verordening (EEG) nr. 857/84(PbEG nr. L 90), zijn verlaagd om rekening te houden met de vermindering van de totale gegarandeerde hoeveelheid bedoeld in artikel 5quater van Verordening (EEG) nr. 804/68(PbEG L 148) alsmede met de verhoging van de nationale reserve ten behoeve van de toekenning van nieuwe specifieke referentiehoeveelheden aan producenten die zich ertoe verbonden hebben hun produktie niet op de markt te brengen of op andere produkties om te schakelen, een vergoeding toegekend.
2. De toekenning vindt plaats voor de ingevolge de
Beschikking vaststelling kortingspercentage heffingsperiode 1991/1992 (Stcrt. 139) doorgevoerde verlaging van 2,39% van de referentiehoeveelheden dan wel heffingvrije hoeveelheden bedoeld in artikel 7 van de beschikking in de heffingsperiode 1991/1992 ten opzichte van de referentiehoeveelheid dan wel heffingvrije hoeveelheid waarop de producenten op de eerste dag van de heffingsperiode 1991/1992 aanspraak konden maken.
3. De vergoeding wordt uitbetaald in het laatste kwartaal van 1992.