BWBR0005555
Geldig vanaf 2008-12-18
Artikel 3.19
Wet luchtvaart
1. De houder van een burgerluchtvaartuig, waarvan het type-certificaat, het beperkt type-certificaat of het aanvullend type-certificaat afgegeven door de EASA is ingetrokken, dan wel het bewijs van luchtwaardigheid is geschorst of ingetrokken, levert op eerste vordering van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu het bewijs van luchtwaardigheid van het betrokken luchtvaartuig, terstond in bij Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
2. Wanneer de schorsing wordt opgeheven doet Onze Minister van Infrastructuur en Milieu het ingeleverde bewijs van luchtwaardigheid terstond wederom toekomen aan de houder van het betrokken luchtvaartuig.
2. Wanneer de schorsing wordt opgeheven doet Onze Minister van Infrastructuur en Milieu het ingeleverde bewijs van luchtwaardigheid terstond wederom toekomen aan de houder van het betrokken luchtvaartuig.