BWBR0005555
Geldig vanaf 2008-12-18
Artikel 3.18
Wet luchtvaart
1. Onze Minister van Defensie kan een bewijs van luchtwaardigheid voor een militair luchtvaartuig schorsen, wanneer:
a. een ernstig vermoeden rijst dat het betrokken luchtvaartuig niet luchtwaardig is, of
b. het type-certificaat met betrekking tot dat luchtvaartuig is geschorst of ingetrokken.
2. Onze Minister van Defensie heft de schorsing op zodra de redenen van de schorsing zijn komen te vervallen.
3. Onze Minister van Defensie trekt een bewijs van luchtwaardigheid voor een militair luchtvaartuig in, wanneer het betrokken luchtvaartuig:
a. onherstelbaar is beschadigd, of
b. definitief buiten gebruik wordt gesteld.
4. Onze Minister van Defensie kan een bewijs van luchtwaardigheid voor een militair luchtvaartuig intrekken, wanneer het betrokken luchtvaartuig anders dan wegens onherstelbare beschadiging niet luchtwaardig is.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gegeven.
a. een ernstig vermoeden rijst dat het betrokken luchtvaartuig niet luchtwaardig is, of
b. het type-certificaat met betrekking tot dat luchtvaartuig is geschorst of ingetrokken.
2. Onze Minister van Defensie heft de schorsing op zodra de redenen van de schorsing zijn komen te vervallen.
3. Onze Minister van Defensie trekt een bewijs van luchtwaardigheid voor een militair luchtvaartuig in, wanneer het betrokken luchtvaartuig:
a. onherstelbaar is beschadigd, of
b. definitief buiten gebruik wordt gesteld.
4. Onze Minister van Defensie kan een bewijs van luchtwaardigheid voor een militair luchtvaartuig intrekken, wanneer het betrokken luchtvaartuig anders dan wegens onherstelbare beschadiging niet luchtwaardig is.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gegeven.