BWBR0005555
Geldig vanaf 2008-12-18
Artikel 10.39
Wet luchtvaart
1. Bij regeling van Onze Minister van Defensie kan voor een luchthaven een luchthavenregeling worden vastgesteld.
2. In een luchthavenregeling wordt het luchthavengebied vastgesteld. Een luchthavenregeling kan tevens een grenswaarde voor geluidbelasting in de vorm van een maximum aantal vliegtuigbewegingen per jaar bevatten.
3. Op de voorbereiding of de wijziging van een luchthavenregeling is <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht</a>van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
4. In een luchthavenregeling kunnen regels worden gegeven ten aanzien van:
a. de aard en de omvang van het gebruik van de luchthaven;
b. het toegestane luchthavenluchtverkeer voor zover die regels noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidbelasting.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van luchthavens of categorieën luchthavens regels worden gegeven ten aanzien van:
a. de aanleg, inrichting en uitrusting;
b. het gebruik van de luchthaven, mede met het oog op de veiligheid.
6. Het luchthavengebied wordt vastgesteld met behulp van een kaart waarop de ligging van dit gebied is aangegeven. Deze kaart wordt vervaardigd op een schaal van ten minste 1 op 10 000.
2. In een luchthavenregeling wordt het luchthavengebied vastgesteld. Een luchthavenregeling kan tevens een grenswaarde voor geluidbelasting in de vorm van een maximum aantal vliegtuigbewegingen per jaar bevatten.
3. Op de voorbereiding of de wijziging van een luchthavenregeling is <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht</a>van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
4. In een luchthavenregeling kunnen regels worden gegeven ten aanzien van:
a. de aard en de omvang van het gebruik van de luchthaven;
b. het toegestane luchthavenluchtverkeer voor zover die regels noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidbelasting.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van luchthavens of categorieën luchthavens regels worden gegeven ten aanzien van:
a. de aanleg, inrichting en uitrusting;
b. het gebruik van de luchthaven, mede met het oog op de veiligheid.
6. Het luchthavengebied wordt vastgesteld met behulp van een kaart waarop de ligging van dit gebied is aangegeven. Deze kaart wordt vervaardigd op een schaal van ten minste 1 op 10 000.