Artikel 1
1. De ministers en de staatssecretarissen ontvangen een maandelijkse vergoeding voor de kosten die aan de vervulling van het ambt zijn verbonden en die voor eigen rekening komen. Deze maandelijkse vergoeding bedraagt:
a. voor een minister: f 450 per 01-01-2002: € 270;
b. voor een staatssecretaris: f 375 per 01-01-2002: € 226.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid bedraagt de maandelijkse vergoeding voor de Minister-President: f 1450 per 01-01-2002: € 868en voor de Minister van Buitenlandse Zaken: f 1950 per 01-01-2002: € 1.168.
a. voor een minister: f 450 per 01-01-2002: € 270;
b. voor een staatssecretaris: f 375 per 01-01-2002: € 226.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid bedraagt de maandelijkse vergoeding voor de Minister-President: f 1450 per 01-01-2002: € 868en voor de Minister van Buitenlandse Zaken: f 1950 per 01-01-2002: € 1.168.