Artikel 1
1. De grondslag, bedoeld in artikel 8, derde lid, onder b, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 (Stb. 1991, 621), zoals deze gold ter vaststelling van de uitkeringen sedert 1 januari 1991, wordt met ingang van 1 januari 1992 verhoogd met 10%.
2. De bedragen, genoemd in artikel 8, achtste lid, onder a en b, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945, worden met ingang van 1 januari 1992 vastgesteld op 335,600 Rupiah onderscheidenlijk 837,410 Rupiah.
2. De bedragen, genoemd in artikel 8, achtste lid, onder a en b, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945, worden met ingang van 1 januari 1992 vastgesteld op 335,600 Rupiah onderscheidenlijk 837,410 Rupiah.