1. Voor de toepassing van het bij artikel I, onderdeel A, van dit besluit ingevoerde
artikel 17, vierde lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, wordt voor de ambtenaar die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit de leeftijd van 55 jaar al heeft bereikt de in dat lid bedoelde toelage, vastgesteld op het bedrag dat de ambtenaar over de twaalf kalendermaanden voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van dit besluit gemiddeld per maand heeft genoten aan toelagen als bedoeld in artikel 17, eerste lid, of artikel 18, welk bedrag wordt aangepast aan algemene salariswijzigingen. Hierbij geldt de voorwaarde dat de ambtenaar deze toelagen gedurende ten minste 5 jaar zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden.
3. Van het bepaalde in het eerste lid kan worden afgeweken ingeval daartoe naar het oordeel van het bevoegde gezag aanleiding bestaat.