1. De Commissie heeft tot taak ten behoeve van de minister van onderwijs en wetenschappen, die de Nederlandse Organisatie voor Technologisch Aspectenonderzoek subsidieert, deze organisatie nader te noemen NOTA, te toetsen op de mate waarin zij effectief is in haar activiteiten en haar doelstellingen verwezenlijkt.
2. In de evaluatie moet in ieder geval worden betrokken:
a. Evaluatie van de huidige taken en de huidige positie van de NOTA 1. Heeft de NOTA haar taken zoals die zijn neergelegd in artikel 3 van bovengenoemde instellingsbeschikking, samengevat de programmering en stimulering van technologisch aspectenonderzoek en de maatschappelijk-adresfunctie, goed uitgevoerd?
2. Zijn de opzet en werkwijze van de organisatie NOTA geschikt gebleken voor het goed uitvoeren van die taken?
3. Heeft de NOTA adequate relaties onderhouden met het parlement, de overheid en andere partijen in de samenleving? Behoeft de relatie van de NOTA tot het parlement feitelijk en eventueel formeel wijziging?
4. Is de disseminatie van de resultaten van het werk van de NOTA voldoende? Heeft de NOTA in het algemeen bijgedragen aan de disseminatie van TA-resultaten en daarmee in verband te brengen informatie in de wetenschappelijke wereld en de maatschappij?
5. Heeft de NOTA zich internationaal weten te positioneren?
1. Heeft de NOTA haar taken zoals die zijn neergelegd in artikel 3 van bovengenoemde instellingsbeschikking, samengevat de programmering en stimulering van technologisch aspectenonderzoek en de maatschappelijk-adresfunctie, goed uitgevoerd?
2. Zijn de opzet en werkwijze van de organisatie NOTA geschikt gebleken voor het goed uitvoeren van die taken?
3. Heeft de NOTA adequate relaties onderhouden met het parlement, de overheid en andere partijen in de samenleving? Behoeft de relatie van de NOTA tot het parlement feitelijk en eventueel formeel wijziging?
4. Is de disseminatie van de resultaten van het werk van de NOTA voldoende? Heeft de NOTA in het algemeen bijgedragen aan de disseminatie van TA-resultaten en daarmee in verband te brengen informatie in de wetenschappelijke wereld en de maatschappij?
5. Heeft de NOTA zich internationaal weten te positioneren?
b. Beoordeling van mogelijkheden voor de toekomst Hoe kan de NOTA meer aandacht gaan besteden aan ethische vraagstukken rond onderzoek en welke aanpassingen zijn dan nodig?
3. Op grond van deze evaluatie kan de Commissie aanbevelingen doen voor de taakuitvoering en de organisatie van de NOTA, mede met het oog op de toekomst. Bij dat laatste kan de Commissie haar gedachten mede laten bepalen door het ‘Kader voor discussies over ethische aspecten van wetenschappelijk onderzoek’ van de minister van onderwijs en wetenschappen. Daarin wordt de NOTA een rol toegedacht in de structurering van maatschappelijke discussie over ethische aspecten van onderzoek. Bij haar behandeling van deze notitie (november 1991) heeft de Kamer de noodzaak van die rol onderstreept.
4. De Commissie brengt vóór 1 juni 1992 haar evaluatierapport met conclusies en aanbevelingen uit aan de minister van onderwijs en wetenschappen.