Artikel 1
1. De geldswaarde per formatierekeneenheid, bedoeld in artikel 96c, tweede lid, onderdeel d van de Wet op het basisonderwijs (Stb. 1986, 256), artikel 93d, tweede lid, onderdeel d, Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs (Stb. 1987, 614) en artikel 84a, tweede lid, onderdeel d van de Wet op het voortgezet onderwijs(Stb. 1986, 552), bedraagt voor het schooljaar 1992–1993 f 280,-.
2. Indien er sprake is van uitbesteding aan extern personeel bedraagt de geldswaarde als bedoeld in het eerste lid in het schooljaar 1992–1993 voor het voortgezet onderwijs f 332,- en voor het basisonderwijs f 349,-.
3. Indien er sprake is van uitbesteding aan extern personeel bedraagt de geldswaarde als bedoeld in het eerste lid voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs van 1 augustus 1992 tot en met 31 december 1992 f 419,- en van 1 januari 1993 tot en met 31 juli 1993 f 349,-.
2. Indien er sprake is van uitbesteding aan extern personeel bedraagt de geldswaarde als bedoeld in het eerste lid in het schooljaar 1992–1993 voor het voortgezet onderwijs f 332,- en voor het basisonderwijs f 349,-.
3. Indien er sprake is van uitbesteding aan extern personeel bedraagt de geldswaarde als bedoeld in het eerste lid voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs van 1 augustus 1992 tot en met 31 december 1992 f 419,- en van 1 januari 1993 tot en met 31 juli 1993 f 349,-.