Artikel 1
Als handelingen bedoeld in artikel 5, aanhef onderdeel b, van de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990(Stb. 214), worden aangewezen:
a. het verrichten van episiotomie bij schapen, geiten, paarden en runderen alsmede het hechten van de ten gevolge van die handeling ontstane wond;
b. het stoppen van een bloeding in de geboorteweg;
c. het behandelen van een uterusprolaps indien deze tijdens de geboorte van de vrucht ontstaat;
d. het afbinden van een bloedende navelstreng van een pasgeboren vrucht.
a. het verrichten van episiotomie bij schapen, geiten, paarden en runderen alsmede het hechten van de ten gevolge van die handeling ontstane wond;
b. het stoppen van een bloeding in de geboorteweg;
c. het behandelen van een uterusprolaps indien deze tijdens de geboorte van de vrucht ontstaat;
d. het afbinden van een bloedende navelstreng van een pasgeboren vrucht.