BWBR0005264
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 5
Besluit paspoortgelden
... 1 De Gouverneur stelt maandelijks het bedrag vast van de kosten die door Aruba, Curaçao en Sint Maarten aan het Rijk moeten worden afgedragen. Deze vaststelling geschiedt aan de hand van de in de voorafgaande maand geleverde reisdocumenten, bedoeld in artikel 4, eerste lid , verminderd met de in de voorafgaande maand geleverde reisdocumenten, bedoeld in artikel 4, tweede lid en, indien het in artikel 2, derde lid, onderdeel b , bedoelde geval zich heeft voorgedaan, verminderd met een overeenkomstig bedrag, als bedoeld in artikel 2, derde lid, laatste volzin. 2 De Gouverneur zendt voor het einde van elke kalendermaand een factuur aan Aruba, Curaçao en Sint Maarten, waarin het bedrag van de aan het Rijk af te dragen kosten in verband met de in de voorafgaande maand geleverde reisdocumenten, wordt vermeld. 3 De afdracht van de aan het Rijk verschuldigde kosten geschiedt uiterlijk binnen vier weken na de verzending van de factuur, bedoeld in het tweede lid, door overmaking van het daarin genoemde bedrag op de daartoe aangewezen rekening van het kabinet van de Gouverneur. 4 De Gouverneur kan, na overleg met de bevoegde autoriteiten, bepalen dat de overmaking van de aan het Rijk verschuldigde kosten plaats vindt door middel van automatische incasso van een door Aruba, Curaçao of Sint Maarten, daartoe speciaal geopende bankof girorekening.