De commissie heeft tot taak advies te geven aangaande te stellen randvoorwaarden bij vrije prijsvorming in de zorgsector waar het de relatie tussen individuele zorgverzekeraars en aanbieders van zorg betreft. Hierbij dient, gegeven de stelselherziening zoals aan de orde in de nota ‘werken aan zorgvernieuwing’ (kamerstukken II, 1989–1990, 21 545, nr. 1), ondermeer aandacht geschonken te worden aan de continuïteit van zorg, evenwichtige marktverhoudingen en aangrijpingspunten van het overeenkomstenstelsel. Het advies dient betrekking te hebben op de eindsituatie van de stelselherziening als ook op de weg daar naar toe.
1. Tot voorzitter van de commissie wordt benoemd:
drs. J.F.G.M. de Beer
2. Tot leden van de commissie worden benoemd:
drs. W. H. J. de Moor
H. A. W. M. Brons
dr. C. M. T. J. M. Plasmans
K. Kolthoff
mevrouw mr. P. Swenker
jr. D. F. Goudriaan
F. A. N. M. Clevers
3. Tot adviserende leden van de commissie worden benoemd:
mr. R. A. C. Blijlevens
R. G. de Vries
4. Tot secretaris van de commissie wordt benoemd:
mevrouw ir. V. van Nederveen
De commissie brengt binnen vier maanden na de datum van haar instelling advies uit aan de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. Zo nodig kan de commissie een interimadvies uitbrengen.
1. De leden van de commissie ontvangen vacatiegelden alsmede een vergoeding voor de reis- en verblijfkosten volgens de bestaande rijksregelingen, voorzover niet uit anderen hoofde een vergoeding voor deze kosten wordt verleend uit 's Rijks kas.
2. De overige uit de uitvoering van dit besluit voortvloeiende kosten worden vergoed op basis van een vooraf ingediende en door de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur goedgekeurde begroting.
Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt met inachtneming van de bepalingen van het Besluit algemene secretarie-aangelegenheden rijksadministratie (Stb. 1980, 182) op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. De bescheiden worden bij opheffing van de commissie in het Centraal oud archief van het ministerie opgenomen.