1. Deze wet treedt in werking met ingang van het tweede kalenderkwartaal na de datum van uitgifte van het
Staatsbladwaarin zij wordt geplaatst.
2. Drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet stelt Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een onderzoek in naar de wijze waarop de bepalingen van deze wet zijn toegepast. In dat onderzoek wordt in ieder geval betrokken het niveau van de verleende toeslagen, bedoeld in
artikel 8, zevende en achtste lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet. Het verslag van het onderzoek wordt aan de Staten-Generaal gezonden.