1. De
hoofdstukken IIen
III van de Wet algemene regels herindelingzijn niet van toepassing op wijzigingen van de gemeentelijke indeling en daarmee samenhangende wijzigingen van de provinciale indeling waarvan de voorbereiding op grond van de
artikelen 157tot en met 166a van de Gemeentewetis aangevangen vóór de dag waarop deze wet in werking treedt. Ten aanzien van die wijzigingen blijven de op de dag vóór die van inwerkingtreding van deze wet geldende wettelijke bepalingen van kracht.
2. Ten aanzien van wijzigingen van de gemeentelijke indeling als bedoeld in het eerste lid is
hoofdstuk IV van de Wet algemene regels herindelingvan toepassing, met dien verstande dat artikel 22 van toepassing is op besluiten van het betrokken gemeentebestuur die zijn genomen op of na de dag waarop het wetsvoorstel tot wijziging van de gemeentelijke indeling is ingediend bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal of een ontwerp van een algemene maatregel van bestuur overeenkomstig artikel 166a, tweede lid, van de Gemeentewetaan de beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
3.
Hoofdstuk IV van de Wet algemene regels herindelingis niet van toepassing op besluiten van gemeentebesturen die zijn opgenomen in een begroting of begrotingswijziging die ingevolge de
artikelen 242of 245a van de Gemeentewetaan goedkeuring is onderworpen.