1. Het totaal aantal facilitaire eenheden basisvorming (Fb) wordt vastgesteld op basis van de volgende formules:
a. voor a.v.o./v.w.o.-scholen/scholengemeenschappen: Fb = 0,084 × l¹ + 0,042 × l² l¹ = het aantal leerlingen m.a.v.o. in de leerjaren 1 tot en met 3. l²= het aantal leerlingen h.a.v.o. of v.w.o. in de leerjaren 1 tot en met 3. In geval van een scholengemeenschap m.a.v.o./h.a.v.o. of m.a.v.o./h.a.v.o./v.w.o. worden de leerlingen van de gemeenschappelijke leerjaren 1, 1 en 2 of 1, 2 en 3 bij l¹ geteld indien het m.a.v.o. deel uitmaakt van die gemeenschappelijke leerjaren.
b. 1º voor scholen/scholengemeenschappen l.b.o. zonder een afdeling i.b.o.: Fb = 0,094 × het aantal leerlingen l.b.o. in de leerjaren 1 tot en met 3;
2º voor scholen/scholengemeenschappen l.b.o. met alleen een afdeling i.t.o. dan wel alleen een school voor i.t.o. wordt de uitkomst van de formule onder ten 1º vermeerderd met: Fb i.t.o. = 0,147 × het aantal leerlingen i.t.o. in de leerjaren 1 tot en met 3;
3º voor scholen/scholengemeenschappen l.b.o. met alleen een afdeling i.h.n.o. wordt de uitkomst van de formule onder ten 1º vermeerderd met: Fb i.h.n.o. = 0,155 × het aantal leerlingen i.h.n.o. in de leerjaren 1 tot en met 3;
4º voor scholen/scholengemeenschappen l.b.o. met alleen een afdeling i.l.o. wordt de uitkomst van de formule onder ten 1º vermeerderd met: Fb i.l.o. = 0,159 × het aantal leerlingen i.l.o. in de leerjaren 1 tot en met 3
5º voor scholengemeenschappen l.b.o. met ten minste twee afdelingen genoemd onder ten 2° tot en met ten 4° wordt de uitkomst van de formule onder ten 1° vermeerderd met: Fb i.b.o. = 0,151 × het aantal leerlingen in de leerjaren 1 tot en met 3.
1º voor scholen/scholengemeenschappen l.b.o. zonder een afdeling i.b.o.: Fb = 0,094 × het aantal leerlingen l.b.o. in de leerjaren 1 tot en met 3;
2º voor scholen/scholengemeenschappen l.b.o. met alleen een afdeling i.t.o. dan wel alleen een school voor i.t.o. wordt de uitkomst van de formule onder ten 1º vermeerderd met: Fb i.t.o. = 0,147 × het aantal leerlingen i.t.o. in de leerjaren 1 tot en met 3;
3º voor scholen/scholengemeenschappen l.b.o. met alleen een afdeling i.h.n.o. wordt de uitkomst van de formule onder ten 1º vermeerderd met: Fb i.h.n.o. = 0,155 × het aantal leerlingen i.h.n.o. in de leerjaren 1 tot en met 3;
4º voor scholen/scholengemeenschappen l.b.o. met alleen een afdeling i.l.o. wordt de uitkomst van de formule onder ten 1º vermeerderd met: Fb i.l.o. = 0,159 × het aantal leerlingen i.l.o. in de leerjaren 1 tot en met 3
5º voor scholengemeenschappen l.b.o. met ten minste twee afdelingen genoemd onder ten 2° tot en met ten 4° wordt de uitkomst van de formule onder ten 1° vermeerderd met: Fb i.b.o. = 0,151 × het aantal leerlingen in de leerjaren 1 tot en met 3.
c. voor scholengemeenschappen (v.w.o.) a.v.o./l.b.o.: Fb = 0,094 × het aantal leerlingen in de leerjaren 1 tot en met 3 exclusief de leerlingen in het individueel beroepsonderwijs. Voor laatstgenoemde leerlingen wordt de uitkomst bepaald op basis van de formules onder ten 2° tot en met ten 5°.
2. De einduitkomst van het totaal van de formules bedoeld in het eerste lid onder a,b of c wordt afgerond op het naastbijgelegen gehele getal waarbij 0,5 of meer naar boven wordt afgerond. Afrondingen voorafgaand aan de einduitkomst vinden plaats op 3 decimalen, waarbij de derde decimaal indien de vierde decimaal 5 of meer bedraagt naar boven wordt afgerond en indien deze minder dan 5 bedraagt naar beneden wordt afgerond.