1. Leden van het platform zijn:
a. dr. A.J. Salomé, tevens voorzitter,
b. twee vertegenwoordigers aan te wijzen door de HBO-raad,
c. twee vertegenwoordigers aan te wijzen door de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten,
d. twee vertegenwoordigers vanuit het georganiseerd overleg met de organisaties van onderwijspersoneel, bedoeld in titel IV, hoofdstuk IV-A van het Rechtspositiebesluit onderwijs (Stb. 1985, 110), aan te wijzen door de centrales voor overheidspersoneel en onderwijspersoneel die deel uitmaken van de bijzondere commissie voor overleg in zaken betreffende de rechtspositie van het onderwijspersoneel,
e. twee vertegenwoordigers vanuit het georganiseerd overleg met organisaties van gemeente- en instellingsbesturen, bedoeld in titel IV, hoofdstuk IV B van het Rechtspositiebesluit onderwijs, aan te wijzen door de VNG en de centrales van besturenorganisaties die deel uitmaken van de commissie besturenorganisaties,
f. een vertegenwoordiger aan te wijzen door het Centraal Bureau voor de Statistiek,
g. een vertegenwoordiger aan te wijzen door het Sociaal Cultureel Planbureau,
h. een vertegenwoordiger aan te wijzen door het Centraal Planbureau,
i. het hoofd van de kwantitatieve analyse eenheid van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, en
j. de voorzitter van de coördinatiegroep leerlingenramingen van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen.
2. Het platform kan vertegenwoordigers van onderzoekbureaus die zich bezig houden met ramingen ten behoeve van het onderwijs, laten deelnemen aan het beraad van het platform.
3. leder directoraat-generaal van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen kan maximaal twee vertegenwoordigers laten deelnemen aan het beraad van het platform.
4. Het secretariaat van het platform wordt gevoerd door de kwantitatieve analyse eenheid van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen.