Artikel 1
De eisen ter waarborging van een vakkundige uitoefening van het verzekeringsbedrijf, bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel b, van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf, omvatten kennis van:
I. De interne en extere omgeving - grondige kennis van de structuur van het verzekeringsbedrijf en de bedrijfskolom;
- grondige kennis van de verschillende organisaties en samenwerkingsvormen in het provinciale bedrijf en het beursbedrijf;
- globale kennis van de interne organisatie van het bedrijf van de verzekeraar;
- globale kennis van het financiële beheer en de opbouw en betekenis van de jaarrekening;
- kennis van de verschillende rechtsvormen en de belangrijkste juridische en fiscale consequenties daarvan;.
- grondige kennis van de structuur van het verzekeringsbedrijf en de bedrijfskolom;
- grondige kennis van de verschillende organisaties en samenwerkingsvormen in het provinciale bedrijf en het beursbedrijf;
- globale kennis van de interne organisatie van het bedrijf van de verzekeraar;
- globale kennis van het financiële beheer en de opbouw en betekenis van de jaarrekening;
- kennis van de verschillende rechtsvormen en de belangrijkste juridische en fiscale consequenties daarvan;.
II. Verzekeringstechniek - grondige kennis van algemene aspecten van risicobeoordeling en acceptatietechniek bij schade- en levensverzekering;
- grondige kennis van het redigeren van polisvoorwaarden en clausules en het kunnen toepassen daarvan;
- grondige kennis van algemene aspecten van schaderegeling en van de regeling van uitkeringen bij levensverzekering en het kunnen toepassing daarvan;
- kennis van de verschillende vormen van reserves en de wijze waarop deze moeten worden berekend;
- grondige kennis van de verschillende soorten herverzekering;
- grondige kennis van de gedragsregels die gelden voor verzekeraars en het kunnen toepassing daarvan;.
- grondige kennis van algemene aspecten van risicobeoordeling en acceptatietechniek bij schade- en levensverzekering;
- grondige kennis van het redigeren van polisvoorwaarden en clausules en het kunnen toepassen daarvan;
- grondige kennis van algemene aspecten van schaderegeling en van de regeling van uitkeringen bij levensverzekering en het kunnen toepassing daarvan;
- kennis van de verschillende vormen van reserves en de wijze waarop deze moeten worden berekend;
- grondige kennis van de verschillende soorten herverzekering;
- grondige kennis van de gedragsregels die gelden voor verzekeraars en het kunnen toepassing daarvan;.
III. Volmachtgeving - kennis van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf in het algemeen en grondige kennis van het hoofdstuk Gevolmachtigde Agent;
- kennis van de juridische positie van de gevolmachtigde agent en de vertegenwoordiger volgens het Burgerlijk Wetboek;
- kennis van de toezichtswetgeving op het verzekeringsbedrijf;
- globale kennis van andere nationale en Europese wetgeving voor zover deze gevolgen voor het verzekeringsprodukt of de verkoop daarvan heeft.
- kennis van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf in het algemeen en grondige kennis van het hoofdstuk Gevolmachtigde Agent;
- kennis van de juridische positie van de gevolmachtigde agent en de vertegenwoordiger volgens het Burgerlijk Wetboek;
- kennis van de toezichtswetgeving op het verzekeringsbedrijf;
- globale kennis van andere nationale en Europese wetgeving voor zover deze gevolgen voor het verzekeringsprodukt of de verkoop daarvan heeft.
I. De interne en extere omgeving - grondige kennis van de structuur van het verzekeringsbedrijf en de bedrijfskolom;
- grondige kennis van de verschillende organisaties en samenwerkingsvormen in het provinciale bedrijf en het beursbedrijf;
- globale kennis van de interne organisatie van het bedrijf van de verzekeraar;
- globale kennis van het financiële beheer en de opbouw en betekenis van de jaarrekening;
- kennis van de verschillende rechtsvormen en de belangrijkste juridische en fiscale consequenties daarvan;.
- grondige kennis van de structuur van het verzekeringsbedrijf en de bedrijfskolom;
- grondige kennis van de verschillende organisaties en samenwerkingsvormen in het provinciale bedrijf en het beursbedrijf;
- globale kennis van de interne organisatie van het bedrijf van de verzekeraar;
- globale kennis van het financiële beheer en de opbouw en betekenis van de jaarrekening;
- kennis van de verschillende rechtsvormen en de belangrijkste juridische en fiscale consequenties daarvan;.
II. Verzekeringstechniek - grondige kennis van algemene aspecten van risicobeoordeling en acceptatietechniek bij schade- en levensverzekering;
- grondige kennis van het redigeren van polisvoorwaarden en clausules en het kunnen toepassen daarvan;
- grondige kennis van algemene aspecten van schaderegeling en van de regeling van uitkeringen bij levensverzekering en het kunnen toepassing daarvan;
- kennis van de verschillende vormen van reserves en de wijze waarop deze moeten worden berekend;
- grondige kennis van de verschillende soorten herverzekering;
- grondige kennis van de gedragsregels die gelden voor verzekeraars en het kunnen toepassing daarvan;.
- grondige kennis van algemene aspecten van risicobeoordeling en acceptatietechniek bij schade- en levensverzekering;
- grondige kennis van het redigeren van polisvoorwaarden en clausules en het kunnen toepassen daarvan;
- grondige kennis van algemene aspecten van schaderegeling en van de regeling van uitkeringen bij levensverzekering en het kunnen toepassing daarvan;
- kennis van de verschillende vormen van reserves en de wijze waarop deze moeten worden berekend;
- grondige kennis van de verschillende soorten herverzekering;
- grondige kennis van de gedragsregels die gelden voor verzekeraars en het kunnen toepassing daarvan;.
III. Volmachtgeving - kennis van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf in het algemeen en grondige kennis van het hoofdstuk Gevolmachtigde Agent;
- kennis van de juridische positie van de gevolmachtigde agent en de vertegenwoordiger volgens het Burgerlijk Wetboek;
- kennis van de toezichtswetgeving op het verzekeringsbedrijf;
- globale kennis van andere nationale en Europese wetgeving voor zover deze gevolgen voor het verzekeringsprodukt of de verkoop daarvan heeft.
- kennis van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf in het algemeen en grondige kennis van het hoofdstuk Gevolmachtigde Agent;
- kennis van de juridische positie van de gevolmachtigde agent en de vertegenwoordiger volgens het Burgerlijk Wetboek;
- kennis van de toezichtswetgeving op het verzekeringsbedrijf;
- globale kennis van andere nationale en Europese wetgeving voor zover deze gevolgen voor het verzekeringsprodukt of de verkoop daarvan heeft.