1. De regeringscommissaris heeft te allen tijde toegang tot de kantoren van de in artikel 4bedoelde rechtspersoon.
Hem wordt, desgevraagd, gelegenheid gegeven om vergaderingen van bestuursleden, commissarissen of andere leidende personen van de rechtspersoon bij te wonen en aan de beraadslagingen deel te nemen, alsmede om inzage te nemen van boeken, bescheiden of andere informatiedragers.
2. De regeringscommissaris heeft voorts het recht om een accountant als bedoeld in
artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboekte zijner keuze de boekhouding te doen onderzoeken.