BWBR0004800
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 7
Leidraad invordering 1990
... [Regeling vervallen per 01-07-2008] § 1. Betaling en afboeking 1.Tijdstip betaling Als tijdstip van betaling geldt de datum van bijschrijving op de rekening van de Belastingdienst. Bij betaling door middel van storting van contant geld op het postkantoor geldt als tijdstip van betaling de eerste werkdag volgend op de dag van storting. Bij betaling door middel van een pin- of creditcardtransactie geldt de dag van de pin- of creditcardtransactie als tijdstip van betaling. 2. Afboekingen van betalingen Zowel bij vrijwillige betalingen als bij betalingen die door invorderingsmaatregelen zijn afgedwongen kunnen zich vragen voordoen over de afboeking van de ontvangen bedragen, wanneer de belastingschuldige meer dan één belastingaanslag heeft openstaan. In dat geval gelden de volgende richtlijnen. Betalingen waarvan de bestemming is aangegeven worden afgeboekt overeenkomstig de opgave van de betaler, tenzij de aangegeven bestemming strijdig is met de in artikel 7, eerste lid, van de wet neergelegde wijze van toerekening van betalingen (zie ook het vijfde lid van deze paragraaf). Betalingen waarvoor geen bestemming is aangegeven (de zogenoemde ongerichte betalingen) worden afgeboekt op de oudste openstaande belastingaanslagen, met dien verstande dat de aard van die belastingaanslagen aanleiding kan zijn hiervan af te wijken. Wanneer de ontvanger tevens is belast met de invordering van andere heffingen dan rijksbelastingen, vindt verdeling van de betaling over de vorderingen van de diverse schuldeisers ponds-pondsgewijze plaats met inachtneming van de preferenties. 3. Teveelbetaling Wanneer de aangegeven bestemming van de betaling een belastingaanslag betreft die al is betaald, terwijl nog diverse andere belastingaanslagen openstaan, wordt die betaling aangemerkt als een ongerichte betaling en dienovereenkomstig behandeld. 4. Ontvangen bedragen uit executie, wettelijke schuldsaneringsregeling of faillissement Na voldoening van de executiekosten wordt het door de belastingdeurwaarder afgedragen bedrag, met inachtneming van de voorrangsbepalingen, toegerekend aan de belastingaanslagen waarvoor de executie heeft plaatsgevonden. De afboeking op gelijkbevoorrechte schulden vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in het tweede en derde lid van deze paragraaf. Opgemerkt wordt dat de eventuele meeropbrengst van een executie niet kan worden verrekend met belastingaanslagen die niet in het beslag zijn begrepen. De beoogde afboeking kan worden bereikt door voor deze belastingaanslagen een vordering onder de belastingdeurwaarder te doen. Van deze mogelijkheid wordt afgezien als het overblijvende bedrag voortvloeit uit de verkoop van zaken die eigendom zijn van derden, zoals bij toepassing van de artikelen 22 of 23 van de wet. In dat geval keert de belastingdeurwaarder het overblijvende bedrag uit aan de betreffende derde. Uit de wettelijke schuldsaneringsregeling of uit een faillissement ontvangen bedragen dienen steeds te worden afgeboekt overeenkomstig de gegevens van de uitdelingslijst. Hierbij wordt opgemerkt dat als meer belastingaanslagen ter verificatie zijn ingediend, afboeking dient plaats te vinden met inachtneming van het bepaalde in artikel 7, § 1, tweede lid, van deze leidraad. 5. Splitsing in kosten, betalingskorting, rente en belastingaanslag De toerekening van een betaling op een belastingaanslag geschiedt achtereenvolgens aan de kosten, de betalingskorting, de rente en de belastingaanslag. Onder kosten worden verstaan alle kosten die op de voet van de Kostenwet invordering rijksbelastingen aan de belastingschuldige in rekening worden gebracht. De kosten van ambtelijke werkzaamheden vallen niet onder de werking van de Kostenwet invordering rijksbelastingen. Kosten die niet betrekking hebben op één specifieke belastingaanslag (beslagkosten, taxatiekosten, e.d.) worden toegerekend aan één van de belastingaanslagen waarvoor de kosten zijn gemaakt. Onder betalingskorting wordt in dit verband verstaan de - in verband met een verleende vermindering - teruggenomen betalingskorting die abusievelijk niet op grond van artikel 24, vierde lid, van de wet is verrekend met het uit te betalen bedrag van de vermindering van de belastingaanslag terzake waarvan de betalingskorting is verleen. Omdat in voorkomende gevallen tevens kosten in rekening gebracht kunnen worden in verband met de invordering van de teruggenomen betalingskorting, is de betalingskorting tevens opgenomen in de toerekeningsregel van artikel 7, eerste lid, van de wet. Onder rente wordt uitsluitend verstaan de invorderingsrente en niet de heffingsrente. Belasting, heffingsrente, revisierente, compenserende rente en de kosten van ambtelijke werkzaamheden vallen onder artikel 7, eerste lid, onderdeel d, van de wet. Als een door middel van executie ingevorderd bedrag onvoldoende is om daaruit alle kosten te bestrijden worden in de eerste plaats de aan de belastingschuldige in rekening gebrachte kosten die toekomen aan derden voor de door hen in het kader van de tenuitvoerlegging verrichte handelingen voldaan. 6. Bestuurlijke boete Behoudens voorzover daarvan moet worden afgeweken vanwege hetgeen voortvloeit uit de wet, bijvoorbeeld in het kader van de aansprakelijkheid, vindt op grond van artikel 7, tweede lid, van de wet toerekening van betalingen op een belastingaanslag plaats naar evenredigheid, te weten aan de belasting, de premies voor de werknemersverzekeringen, aan de heffingsrente, aan de revisierente, aan de compenserende rente, aan de kosten van ambtelijke werkzaamheden, aan de bestuurlijke boete en aan de opcenten, met dien verstande dat als artikel 9.1, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 of artikel 27, tweede lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 toepassing heeft gevonden, de toerekening in de laatste plaats geschiedt aan de premie volksverzekeringen. Als sprake is van een belastingaanslag en een in verband met die aanslag vastgestelde bestuurlijke boete vindt toerekening van betalingen niet plaats naar evenredigheid aan de belasting en aan de bestuurlijke boete, maar vindt toerekening uitsluitend plaats aan de belasting, als voor de betaling van de bestuurlijke boete uitstel van betaling is verleend in verband met een ingediend bezwaarschrift of beroepschrift (in hoger beroep). Wanneer echter, ondanks dit uitstel, zoveel wordt betaald dat er na afboeking op de belasting nog een bedrag overblijft, dan wordt dit bedrag afgeboekt op de bestuurlijke boete. Wanneer op de bestuurlijke boete is afgeboekt en nadien wordt de bestuurlijke boete alsnog aangevochten, dan blijven de afboekingen gehandhaafd. In de gevallen waarin op de bestuurlijke boete wordt afgeboekt, wordt ook de eventueel daarop belopen invorderingsrente afgeboekt, ook wanneer de bestuurlijke boete nog niet onherroepelijk vaststaat. 7. Aansprakelijkgestelden Als een betaling wordt verricht door een aansprakelijkgestelde vindt toerekening plaats met inachtneming van de aansprakelijkstelling. Dit brengt met zich mee dat de aan de aansprakelijkgestelde zelf in rekening gebrachte vervolgingskosten eerst worden afgeboekt, aangezien deze kosten buiten het toepassingsgebied van artikel 7 van de wet vallen. Het resterende bedrag wordt afgeboekt op de onderliggende belastingaanslag, waarbij artikel 7 wel van toepassing is, echter met dien verstande dat op de op die belastingaanslag zelf betrekking hebbende invorderingsrente en kosten alleen worden afgeboekt indien en voorzover men hiervoor aansprakelijk is gesteld. Het hierna van genoemd resterend bedrag overblijvende bedrag wordt op de belastingaanslag afgeboekt, met inachtneming van de toerekeningsbepaling van artikel 7, tweede lid, van de wet. Van deze toerekening naar evenredigheid wordt afgeweken als de derde niet aansprakelijk is gesteld voor de bestuurlijke boete. Alsdan kan namelijk niet op de bestuurlijke boete worden afgeboekt. De ontvanger licht de aansprakelijkgestelde schriftelijk in over de afboeking van zijn betaling. De B/CA licht de belastingschuldige schriftelijk in over de afboeking van de betaling door de aansprakelijkgestelde. 8. Betalingen van kleine bedragen Betalingen op belastingaanslagen in kleinere bedragen dan die van de termijnen worden niet geweigerd. Mocht in zodanig geringe bedragen en met zodanige frequentie worden afbetaald dat van nodeloze overlast moet worden gesproken, dan treedt de ontvanger in overleg met de betaler om wijziging in diens betalingsgewoonte te brengen. 9. Betaling bij vergissing Met de terugbetaling van een bedrag, dat is voldaan ten gevolge van enigerlei vergissing of misverstand aan de zijde van de betaler, wordt bijzondere voorzichtigheid betracht. Het is zeer wel mogelijk dat de betaling rechtsgeldig heeft plaatsgehad, zodat de schuldvordering is tenietgegaan en invordering niet zonder meer opnieuw kan plaatshebben. In die gevallen wordt het betaalde bedrag niet terugbetaald, tenzij ten behoeve van de ontvanger wordt verklaard dat geen beroep zal worden gedaan op het feit dat de schuld in een eerder stadium teniet is gegaan en dat de schuld te gelegener tijd op juiste wijze zal worden voldaan. 10. Kwitantie In alle gevallen waarin betaling plaatsheeft aan de belastingdeurwaarder wordt een kwitantie afgegeven. Ook wordt een kwitantie afgegeven in de gevallen waarin op grond van de Instructie Kasbeheer 1995 (Boekwerk Comptabiliteit, nr. 3.00.00) ten kantore van de ontvanger kan worden betaald. Betaling door middel van een bank- of giro-overschrijving is geen contante betaling in de zin van artikel 7, derde lid, van de wet. In die gevallen gelden bank- en giro-afschriften als betalingsbewijs. Bij betaling door storting op het postkantoor op de rekening van de ontvanger of de B/CA geldt het afgestempelde strookje van de stortings- of acceptgirokaart als betalingsbewijs. Wanneer een verzoek om afgifte van een duplicaatkwitantie wordt gedaan, wordt hieraan tegemoetgekomen door de ontvangst van het desbetreffende bedrag per brief te bevestigen. Daadwerkelijke afgifte van een duplicaat vindt alleen plaats overeenkomstig het gestelde in deel 1.00.00, § 6, van het Handboek Invordering. 11. Mededeling afboeking De belastingschuldige wordt van iedere afboeking van een betaling schriftelijk op de hoogte gesteld, tenzij het betreft een slotbetaling op een belastingaanslag waarbij geen kosten en rente worden afgeboekt. Als de kennisgeving van de afboeking niet door de B/CA geschiedt, draagt de ontvanger er zelf zorg voor dat de afboeking aan de belastingschuldige schriftelijk wordt medegedeeld. Een kennisgeving blijft voorts achterwege als betaling plaatsvindt op grond van een machtiging tot automatische afschrijving en daarbij geen vervolgingskosten worden afgeboekt. 12. Vrijwillig betaalde belasting Als bij de verwerking van een bedrag dat als vrijwillig betaalde belasting (het zogenaamde gewetensgeld) zou kunnen worden verantwoord blijkt dat terzake nog een belastingaanslag (navorderings- of naheffingsaanslag) kan worden opgelegd, wordt die aanslag, nadat deze is opgelegd, zoveel mogelijk uit het gestorte bedrag voldaan.