BWBR0004800
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 39
Leidraad invordering 1990
... [Regeling vervallen per 01-07-2008] § 1. Aansprakelijkheid fiscale eenheid vennootschapsbelasting 1. Algemeen Artikel 39 bepaalt dat onder omstandigheden de dochtermaatschappij van de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting als bedoeld in artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 alsmede de ledenmaatschappijen van de fiscale eenheid als bedoeld in artikel 15a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door de fiscale eenheid als bedoeld in voornoemde artikelen, verschuldigde vennootschapsbelasting. Voor de heffing van vennootschapsbelasting wordt op verzoek van de dochtermaatschappij respectievelijk ledenmaatschappij en de moedermaatschappij, de vennootschapsbelasting van hen geheven alsof er één belastingplichtige is. Deze wijze van heffing vindt met ingang van 1 januari 2003 - afgezien van een eventuele beperkte terugwerkende kracht op verzoek - plaats vanaf het moment waarop de fiscale eenheid tot stand is gekomen. Dit betekent dat de totstandkoming van een fiscale eenheid op elk willekeurig moment in de loop van een boekjaar kan ingaan, met andere woorden de totstandkoming van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting werkt niet meer vanzelfsprekend terug tot het begin van het boekjaar. De ontvoeging kan derhalve vanaf 1 januari 2003 in de loop van een boekjaar plaatsvinden. 2. Ontvoeging binnen het boekjaar Indien een dochtermaatschappij in de loop van haar boekjaar deel gaat uitmaken van een fiscale eenheid en deze eenheid ten aanzien van die dochtermaatschappij nog in hetzelfde boekjaar eindigt, wordt geacht voor de heffing van vennootschapsbelasting, met betrekking tot die tussenliggende periode ten aanzien van die dochtermaatschappij geen fiscale eenheid tot stand te zijn gekomen. Het vorenstaande is van overeenkomstige toepassing op een bestaande fiscale eenheid die in de loop van het boekjaar deel gaat uitmaken van een andere fiscale eenheid en nog in hetzelfde boekjaar uit laatstgenoemde eenheid wordt ontvoegd. 3. Omvang aansprakelijkheid De aansprakelijkheidsregel van artikel 39 van de wet houdt in dat de dochtermaatschappijen als bedoeld in artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 onderscheidenlijk de ledenmaatschappijen als bedoeld in artikel 15a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door de fiscale eenheid verschuldigde vennootschapsbelasting. De aansprakelijkheid van de dochtermaatschappijen onderscheidenlijk de ledenmaatschappijen omvat de materiële belastingschuld die gedurende het bestaan van de fiscale eenheid is ontstaan.