BWBR0004800
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 32
Leidraad invordering 1990
... [Regeling vervallen per 01-07-2008] § 1. Fiscale en civiele aansprakelijkheidsbepalingen 1. Aansprakelijkheid fiscale en civiele bevoegdheden Naast de in hoofdstuk VI van de wet opgenomen aansprakelijkheidsbepalingen kan de ontvanger ook een beroep doen op de bepalingen in enige andere wettelijke regeling inzake aansprakelijkheid. Dit betekent dat de ontvanger ook een beroep kan doen op aansprakelijkheidsbepalingen van bijvoorbeeld het Burgerlijk Wetboek of het Wetboek van Koophandel. In situaties waarin de ontvanger feitelijk de keuze heeft tussen de toepassing van zowel een aansprakelijkheidsbepaling uit de wet als een aansprakelijkheidsbepaling uit het civiele recht, geldt in beginsel hetgeen is vermeld in artikel 3, § 1, tweede lid, van deze leidraad. Bij de belangenafweging welke ingevolge dat lid aan de aansprakelijkstelling voorafgaat, wordt in beginsel doorslaggevend gewicht toegekend aan die aansprakelijkheidsbepaling waarbij de aansprakelijke in de gelegenheid is zich te disculperen. § 2. Civielrechtelijke aansprakelijkheid krachtens huwelijksgoederenrecht 1. Algemeen Naast de mogelijkheid tot aansprakelijkstelling op grond van artikel 44 van de wet, ten aanzien van de aansprakelijkheid van echtgenoten - en in bijzondere omstandigheden ook ex-echtgenoten - kan de ontvanger een beroep doen op de civielrechtelijke aansprakelijkheid die voortvloeit uit het tussen echtgenoten geldende huwelijksgoederenrecht. 2. Civielrechtelijke aansprakelijkheid In hoeverre een beroep kan worden gedaan op de civielrechtelijke aansprakelijkheid is afhankelijk van het huwelijksgoederenregime bij aanvang huwelijk gekozen dan wel staande het huwelijk gewijzigd. Er kan sprake zijn van: - een gemeenschappelijk vermogen; - een gemeenschappelijk vermogen met daarnaast afzonderlijke, niet in de huwelijksgemeenschap vallende privé-vermogens van de echtgenoten; - uitsluitend privévermogens. De aanwezigheid van een gemeenschappelijk vermogen en privé- vermogens is niet altijd afhankelijk van het huwelijksgoederenregime. Ook wanneer er sprake is van een huwelijk in algehele gemeenschap van goederen kunnen privé-vermogens bestaan naast het gemeenschappelijk vermogen. Anderzijds kan sprake zijn van een gemeenschappelijk vermogen ondanks de aanwezigheid van huwelijkse voorwaarden. Een schuldeiser kan zowel verhaal zoeken op het gemeenschappelijk vermogen als het privé-vermogen van de echtgenoot op wie de schuld rust. De volgorde waarin verhaal wordt gezocht is afhankelijk van de vraag of er sprake is van een gemeenschapsschuld dan wel van een privé-schuld. 3. Gemeenschapsschulden: privé-schulden/belastingschulden Een belastingschuld kan in principe worden aangemerkt als een gemeenschapsschuld. De vraag of een belastingschuld moet worden aangemerkt als een gemeenschapsschuld of een privé-schuld is met name van belang in de situatie dat een aansprakelijkstelling plaatsvindt na ontbinding van het huwelijk (zie het zesde lid, hierna). 4. Verhaal privé-schuld Als een belastingschuld van een echtgenoot moet worden aangemerkt als een privé-schuld kan deze op grond van civielrechtelijke bepalingen worden verhaald op het privé- vermogen van de echtgenoot aan wie de belastingaanslag is opgelegd. Ook is verhaal mogelijk op het gemeenschappelijke vermogen, tenzij de andere echtgenoot goederen van de schuldenaar aanwijst die voldoende verhaal bieden. 5. Verhaal gemeenschapsschuld Voor gemeenschapsschulden kan verhaal worden gezocht op het gemeenschappelijke vermogen en op het privé-vermogen van degene die de schuld is aangegaan. Als een belastingschuld moet worden aangemerkt als een gemeenschapsschuld kan die schuld verhaald worden op het gemeenschappelijke vermogen én op het privévermogen van de echtgenoot aan wie de belastingaanslag is opgelegd. Geen verhaal kan worden gezocht op het privé-vermogen van de echtgenoot die de schuld niet is aangegaan c.q. aan wie geen belastingaanslag is opgelegd. De aansprakelijkheidsbepaling van artikel 44 van de wet maakt daarop echter inbreuk. De ontvanger kan als de omstandigheden in artikel 2.17, tweede tot en met zesde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 zich voordoen de echtgenoot aan wie geen belastingaanslag is opgelegd aansprakelijk stellen voor een deel van de verschuldigde inkomstenbelasting. 6. Aansprakelijkheid na ontbinding van de goederengemeenschap De ontbinding van een goederengemeenschap ontheft de echtgenoten niet van hun aansprakelijkheid voor gemeenschapsschulden die zijn ontstaan vóór de ontbinding van de gemeenschap. Ieder van de echtgenoten blijft voor het geheel aansprakelijk voor de gemeenschapsschulden waarvoor hij/zij voordien aansprakelijk was. Zoals in het vijfde lid van deze paragraaf al is opgemerkt kunnen gemeenschapsschulden worden verhaald op het gemeenschapsvermogen en op het privévermogen van de echtgenoot-schuldenaar. Vanaf het moment van de ontbinding van de goederengemeenschap kunnen gemeenschapsschulden, voorzover zij materieel zijn ontstaan vóór de ontbinding van de gemeenschap, voor de helft worden verhaald op het privé-vermogen van de echtgenoot die de schulden niet is aangegaan. Het vorenstaande houdt in dat na ontbinding van de goederengemeenschap de echtgenoot aan wie de belastingaanslag niet is opgelegd, voor de helft van die belastingaanslag aansprakelijk kan worden gesteld. Deze uitbreiding van de aansprakelijkheid is niet van toepassing voorzover de belastingschuld moet worden aangemerkt als een privé-schuld. Een beroep op de uitbreiding van de aansprakelijkheid jegens de echtgenoot van de belastingschuldige wordt uitsluitend gedaan als: - de materiële schuld is ontstaan tijdens de feitelijke samenleving, óf - de feitelijke samenleving weliswaar is beëindigd (maar het huwelijk nog niet is ontbonden) maar de echtgenoot gebaat is met de inkomsten terzake waarvan belastingschuld is ontstaan vóór de ontbinding van het huwelijk maar nádat de feitelijke samenleving is beëindigd. § 3. Aansprakelijkheid en invorderingsrente 1. Algemeen De derde kan aansprakelijk worden gesteld voor de met betrekking tot een belastingaanslag belopen invorderingsrente. Het betreft hier de invorderingsrente over het bedrag van de belastingschuld waarvoor hij aansprakelijk is gesteld. Er kunnen zich met betrekking tot de aansprakelijkheid voor invorderingsrente twee situaties voordoen: 1. Het belopen van de invorderingsrente is (mede) aan de aansprakelijkgestelde te wijten. De aansprakelijkgestelde is in dit geval aansprakelijk voor de invorderingsrente die is verschuldigd vanaf de vervaldag van de belastingaanslag tot de dag waarop hij, na aansprakelijk te zijn gesteld, het door hem verschuldigde bedrag (inclusief de invorderingsrente) aan de ontvanger betaalt. 2. De ontvanger gaat uit van de niet-verwijtbaarheid van de aansprakelijkgestelde met betrekking tot het belopen van de belastingschuld en de daarover verschuldigde invorderingsrente. De ontvanger kan de derde in deze situatie slechts aansprakelijk stellen voor de invorderingsrente die is verschuldigd met ingang van de dag na het verstrijken van de betalingstermijn van de aansprakelijkheidsschuld. De ontvanger gaat in dit geval op basis van de enkele eventuele niet-tijdige betaling uit van een toekomstige verwijtbaarheid aan de zijde van de op dat punt voorwaardelijk aansprakelijkgestelde voor het belopen van de bedoelde invorderingsrente. Deze verwijtbaarheid geldt ook als de aansprakelijkgestelde niet onwillig is om zijn aansprakelijkheidsschuld tijdig te betalen maar door betalingsonmacht daartoe niet in staat is. In bijlage V zijn van de twee bovengenoemde situaties voorbeelden (respectievelijk voorbeelden 1 en 2) opgenomen. 2. Invorderingsrente verzekeraar Als de ontvanger tot aansprakelijkstelling van een verzekeraar als bedoeld in de artikelen 44a, 44b en 44c van de wet overgaat, kan, met inachtneming van hetgeen in het eerste lid van deze paragraaf is bepaald, die aansprakelijkheid zich tevens uitstrekken tot de verschuldigde invorderingsrente. § 4. Aansprakelijkheid en bestuurlijke boeten 1. Aansprakelijkheid voor bestuurlijke boeten De aansprakelijkheid kan de in een bestuurlijke boete betreffen als het belopen daarvan (mede) aan de aansprakelijke kan worden verweten. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een bestuurlijke boete in verband met een naheffingsaanslag loon- of omzetbelasting die het gevolg is van het feit dat door kennelijk onbehoorlijk bestuur van de bestuurder - later de aansprakelijkgestelde - aanvankelijk ten onrechte geen of te weinig belasting is geheven. Tevens kan worden gedacht aan de situatie waarin een firmant met opzet of wegens zijn schuld de door de vennootschap onder firma verschuldigde belasting niet heeft betaald. Verwezen wordt in dit verband voorts naar artikel 49, § 1, vierde lid, van deze leidraad. 2. Inleners- en ketenaansprakelijkheid Op grond van artikel 34, eerste lid, en artikel 35, eerste lid, van de wet is de inlener onderscheidenlijk de aannemer niet aansprakelijk voor de opgelegde bestuurlijke boete. 3. Bestuurlijke boete verzekeraar Als de ontvanger tot aansprakelijkstelling van een verzekeraar als bedoeld in de artikelen 44a, 44b en 44c van de wet overgaat, kan, met inachtneming van hetgeen in het eerste lid van deze paragraaf is bepaald, die aansprakelijkheid zich tevens uitstrekken tot de bestuurlijke boete die samenhangt met de opgelegde belastingaanslag waarvoor hij aansprakelijk is gesteld. 4. Motivering Als de ontvanger een derde voor een bestuurlijke boete aansprakelijk stelt, dient hij daarbij aan te geven op grond waarvan hij meent dat deze derde van het belopen van deze bestuurlijke boete een verwijt kan worden gemaakt. § 5. Aansprakelijkheid en kosten 1. Aansprakelijkheid voor kosten De aansprakelijkgestelde kan eveneens aansprakelijk worden gesteld voor de kosten die de belastingschuldige verschuldigd is over een periode die voorafgaat aan de dagtekening van de beschikking tot aansprakelijkstelling. Hiervoor is wel vereist dat het verschuldigd worden van deze kosten (mede) aan de aansprakelijkgestelde is te wijten. 2. Eigen kosten van de aansprakelijkgestelde De aansprakelijkheid voor kosten ten name van de belastingschuldige laat onverlet dat de ontvanger de aansprakelijkgestelde na aansprakelijkstelling kosten in rekening brengt die deze uit eigen hoofde verschuldigd is geworden. § 6. Aansprakelijkheid en heffingsrente 1. Verwijtbaarheidstoets Op grond van artikel 32, tweede lid, van de wet vindt aansprakelijkstelling van op de belastingaanslag belopen heffingsrente alleen plaats wanneer het belopen daarvan aan de aansprakelijke is te wijten.