BWBR0004800
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 30
Leidraad invordering 1990
... [Regeling vervallen per 01-07-2008] § 1. Vaststelling van de betalingskorting en rente bij voor bezwaar vatbare beschikking 1. Voor bezwaar vatbare beschikking In artikel 30, eerste lid, van de wet is bepaald dat de ontvanger het bedrag van de betalingskorting en de invorderingsrente vaststelt bij voor bezwaar vatbare beschikking. Het bedrag van de betalingskorting wordt op het aanslagbiljet afzonderlijk vermeld of op andere wijze schriftelijk kenbaar gemaakt. Ook wordt de belastingschuldige op deze wijze geïnformeerd over het bedrag van de teruggenomen betalingskorting, welk bedrag de ontvanger verrekent met de vermindering. Het bedrag van de invorderingsrente wordt op het afschrift van de uitspraak of de kennisgeving waarmee de vermindering wordt bekendgemaakt afzonderlijk vermeld of op andere wijze schriftelijk kenbaar gemaakt. Met "op andere wijze schriftelijk kenbaar maken" wordt uitsluitend bedoeld: - het formulier met acceptgiro, dat wordt toegezonden na een afboeking; - de formulieren DB 59 en DB 59 CBK; - de door de deurwaarder verstrekte kwitantie; - de formulieren NRK 001 en 002. Deze bescheiden geven kennis van de genoemde beschikking waartegen op grond van artikel 30, tweede lid, van de wet overeenkomstig de bepalingen van de AWR in bezwaar kan worden gekomen (zie het tweede lid van deze paragraaf). Wordt een bezwaarschrift door de ontvanger gedeeltelijk gehonoreerd, waarna een acceptgiro wordt gezonden waarop de herstelboeking is vermeld, dan kan tegen hetgeen op deze acceptgiro ten aanzien van de betalingskorting en de invorderingsrente is vermeld niet opnieuw bezwaar worden gemaakt als de belastingschuldige van mening is dat onvoldoende aan het bezwaar is tegemoetgekomen. Alsdan zal tegen de uitspraak beroep moeten worden aangetekend. Uitdrukkelijk wordt vermeld dat afschriften van een giro- of bankrekening niet het karakter hebben van een beschikking waartegen bezwaar mogelijk is. Dit geldt ook voor betalingsoverzichten die ten behoeve van belastingschuldigen worden verstrekt en waarop de betalingskorting en de afgeboekte rente staat vermeld, alsmede voor overige correspondentie waarin om enigerlei reden een betalingskorting of afgeboekte rente wordt vermeld. Op de beschikking is de Awb en het Besluit Fiscaal Bestuursrecht van toepassing. 2. Bezwaar tegen de aangeboden of teruggenomen betalingskorting en de in rekening gebrachte of vergoede invorderingsrente Op grond van artikel 30, tweede lid, van de wet kan de belastingschuldige bezwaar maken tegen de hoogte van de in de belastingaanslag vastgestelde of bij de vermindering van die aanslag teruggenomen betalingskorting en de in rekening gebrachte dan wel vergoede invorderingsrente. Als een belastingschuldige ten kantore mondeling - terecht - bezwaar maakt, bevordert de ontvanger zoveel mogelijk dat hij dit ten kantore op schrift stelt. De ontvanger vraagt de belastingschuldige die telefonisch zijn bezwaren uit, deze schriftelijk in te dienen. Een verzoek van de belastingschuldige tot vermindering van in rekening gebrachte invorderingsrente wordt aangemerkt als een bezwaarschrift tegen de beschikking waarbij de invorderingsrente in rekening is gebracht. Tegen de afwijzing van dit bezwaarschrift dat binnen de bezwaartermijn is ingediend staat derhalve beroep bij de belastingrechter open. Als dit bezwaarschrift tegen de rentebeschikking niet-ontvankelijk is vindt ambtshalve toetsing van het bezwaar plaats. 3. (Hoger) beroep en cassatie Als de belastingschuldige in beroep gaat tegen de uitspraak op het bezwaar, handelt de ontvanger overeenkomstig de voorschriften van het Besluit beroep in belastingzaken 2005, met dien verstande dat de ontvanger in een procedure niet dezelfde stukken hoeft over te leggen als de inspecteur. De ontvanger kan zich beperken tot de stukken die in de procedure over de toepassing van de regeling betalingskorting relevant zijn. 4. Uitstel van betaling Als om uitstel van betaling wordt verzocht voor een teruggenomen betalingskorting - daarvan kan sprake zijn als de ontvanger de teruggenomen betalingskorting abusievelijk niet heeft verrekend met het uit te betalen bedrag van de vermindering - is het beleid dat is verwoord in artikel 25, paragrafen 1 en 2, van deze leidraad van overeenkomstige toepassing. Indiening van een bezwaar- of beroepschrift (in hoger beroep) schort de verplichting om de invorderingsrente te betalen niet op. Als om uitstel van betaling wordt verzocht is het beleid dat is verwoord in artikel 25, paragrafen 1 en 2, van deze leidraad van overeenkomstige toepassing, onverminderd het bepaalde in artikel 34 van de regeling. 5. Geen bezwaar mogelijk tegen de niet verleende betalingskorting Ingevolge artikel 30, eerste lid, van de wet stelt de ontvanger het bedrag van de betalingskorting vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. De wet voorziet niet in een voor bezwaar vatbare beschikking waarbij de ontvanger de betalingskorting verleent. Het vorenstaande heeft tot gevolg dat tegen een besluit van de ontvanger de vastgestelde betalingskorting niet in aanmerking te nemen, omdat zijns inziens niet aan de voorwaarde van artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, van de wet is voldaan, het rechtsmiddel van bezwaar niet openstaat. Uit het vorenstaande volgt dat indien een bezwaarschrift wordt ingediend tegen het niet verlenen van de betalingskorting de belanghebbende niet-ontvankelijk moet worden verklaard.