BWBR0004800
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 28
Leidraad invordering 1990
... [Regeling vervallen per 01-07-2008] § 1. Algemeen 1. Kader van de invorderingsrente Als een belastingschuldige niet binnen de wettelijke termijnen betaalt is hij invorderingsrente verschuldigd. Anderzijds kan vergoeding van invorderingsrente plaatsvinden wanneer een al betaalde belastingaanslag wordt verminderd. Vergoeding van invorderingsrente vindt alsdan plaats over het op die belastingaanslag ten onrechte betaalde bedrag alsmede over de daarmee verband houdende en in rekening gebrachte rente en vervolgingskosten. In de artikelen 28 tot en met 31a van de wet is de wettelijke basis neergelegd voor het aan belastingschuldigen in rekening brengen en vergoeden van invorderingsrente. Nadere regels zijn gegeven in hoofdstuk III van de regeling, de Interestbeschikking Invorderingswet en de Instructie Interestberekening, waarbij moet worden aangetekend dat de twee laatstgenoemde regelingen alleen nog gelden voor belastingaanslagen die zijn gedagtekend voor 1 april 1987. Het bepaalde in deze en de volgende paragrafen is op de rente die op grond van de oude regeling is dan wel wordt belopen mutatis mutandis zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. 2. Invorderingsrente en uitstelfaciliteiten inkomstenbelasting Voor: a. de conserverende belastingaanslagen inkomstenbelasting terzake waarvan door verloop van de 12 maandentermijn of de verlengingstermijn of in verband met een omstandigheid als bedoeld in artikel 25, vierde lid, tweede volzin, van de wet, het verleende uitstel als bedoeld in artikel 25, vierde lid, eerste volzin, van de wet, is of wordt beëindigd; b. de conserverende belastingaanslagen inkomstenbelasting, terzake waarvan in verband met een omstandigheid als bedoeld in 25, vijfde lid, tweede volzin, van de wet, het verleende uitstel als bedoeld in artikel 25, vijfde lid, eerste volzin, van de wet wordt beëindigd; c. de conserverende belastingaanslagen inkomstenbelasting, terzake waarvan in verband met een omstandigheid als bedoeld in artikel 25, zesde lid, onder a, b of c, van de wet, het verleende uitstel als bedoeld in artikel 25, zesde lid, eerste volzin, van de wet, is of wordt beëindigd; d. de in belastingaanslagen inkomstenbelasting begrepen belasting als bedoeld in artikel 25, dertiende lid, van de wet, terzake waarvan bij het niet nakomen van de betalingsregeling of in verband met een omstandigheid als bedoeld in de vierde volzin van dat artikel, het op grond van dat artikel verleende uitstel wordt beëindigd; e. de in belastingaanslagen inkomstenbelasting begrepen belasting als bedoeld in artikel 25, veertiende lid, terzake waarvan bij het niet nakomen van de betalingsregeling of in verband met een omstandigheid als bedoeld in de derde volzin van dat artikel, het op grond van dat artikel verleende uitstel wordt beëindigd; geldt voor de situaties beschreven in de onderdelen a, d en e, dat invorderingsrente is verschuldigd met ingang van de dag na de vervaldag van de voor de belastingaanslag enige of laatste betalingstermijn. Voor de situaties beschreven in de onderdelen b en c geldt dat invorderingsrente is verschuldigd vanaf 1 september van het jaar waarin zich een handeling of omstandigheid voordoet op grond waarvan het uitstel wordt beëindigd. 3. Rente terzake van belastingen bij invoer Bij overschrijding van de betalingstermijn is rente verschuldigd (slechts voor vorderingen die al voor 1 januari 1994 waren geformaliseerd geldt een ander regime). Hierbij geldt het bepaalde in de artikelen 28 tot en met 31a van de wet. Als tot terugbetaling van rechten bij invoer of van rechten bij uitvoer wordt overgegaan op grond van de artikelen 236, 237 of 238 van het CDW, omdat het oorspronkelijk op de uitnodiging tot betaling betaalde bedrag niet wettelijk verschuldigd is, wordt invorderingsrente vergoed. Deze rente wordt vergoed over ten hoogste het bedrag dat op de oorspronkelijke uitnodiging tot betaling is voldaan. Er wordt op gewezen dat in artikel 28, derde lid, van de wet nog eens uitdrukkelijk is onderstreept dat geen invorderingsrente is verschuldigd over de tijd waarover uitstel van betaling is verleend in de zin van artikel 224 e.v. CDW. 4. Dag van betaling Voor de berekening van de verschuldigde invorderingsrente geldt als dag van betaling bij een girale betaling de dag van bijschrijving op de bankrekening van de Belastingdienst. Bij betaling op het postkantoor door middel van storting op de bankrekening van de Belastingdienst geldt als dag van betaling de eerste werkdag volgend op de dag van storting. Bij een uit het buitenland ontvangen cheque wordt de dag van ontvangst van de cheque als dag van betaling beschouwd, tenzij de ontvanger constateert dat sprake is van misbruik. 5. Renteloos uitstel van betaling Voor de conserverende belastingaanslagen als bedoeld in artikel 25, derde, vijfde, zesde, achtste, elfde of zeventiende tot en met negentiende lid, van de wet en voor de in de belastingaanslag inkomstenbelasting begrepen belasting als bedoeld in artikel 25, negende lid, van de wet, waarvoor op grond van artikel 25, negende lid, eerste volzin, van de wet uitstel van betaling is verleend, wordt renteloos uitstel van betaling verleend. Invorderingsrente wordt wel in rekening gebracht voorzover in het kader van de betalingsregeling ingevolge artikel 25, negende lid, van de wet, niet tijdig betaling plaatsvindt van de verschenen termijnen. Invorderingsrente is alsdan verschuldigd vanaf het tijdstip waarop de desbetreffende termijnen zijn versterken tot het moment van feitelijke voldoening. Als de ontvanger het uitstel als bedoeld in artikel 25, vijfde, zesde en achtste lid, beëindigt, wordt invorderingsrente in rekening gebracht vanaf 1 september van het jaar waarin zich een handeling of omstandigheid voordoet die aanleiding is om het uitstel te beëindigen. Als de ontvanger het uitstel als bedoeld in artikel 25, negende of elfde lid, van de wet geheel of gedeeltelijk beëindigt naar aanleiding van omstandigheden, andere dan de niet betaling van de verschenen termijnen ingevolge artikel 25, negende lid, van de wet, die aanleiding geven het verleende uitstel in te trekken, wordt invorderingsrente in rekening gebracht met ingang van de dag volgende op de dag waarop zich die omstandigheden hebben voorgedaan. Wanneer uitstel van betaling is verleend ingevolge artikel 25, zeventiende lid, van de wet wordt rente in rekening gebracht over het tijdvak dat aanvangt op de dag na de dag waarop het uitstel is geëindigd. § 2. Vermindering, redres en vergoeding 1. Onverschuldigdheid Naast de gevallen waarin ten aanzien van de renteberekening abusievelijk onjuiste data of een onjuist percentage of bedrag wordt gehanteerd zal geen rente in rekening worden gebracht, dan wel rente worden terugbetaald ingeval van verrekening met een belastingaanslag, waaraan naderhand een nieuwe dagtekening is toegekend. 2. Niet-verwijtbaarheid Indien als gevolg van een te late betaling terecht rente in rekening wordt gebracht, dient deze te worden betaald. In uitzonderlijke situaties kan er echter aanleiding bestaan rente - hoezeer ook verschuldigd - te verminderen. Deze (strikt individueel te beoordelen) situaties doen zich alleen voor als de ontvanger van mening is dat het feit dat de belastingschuld niet tijdig is voldaan aan de belastingschuldige niet kan worden verweten en bovendien de invordering van rente - gezien de omstandigheden van het specifieke geval - onredelijk en onbillijk is. Een reden voor niet-verwijtbaarheid kan een verhuizing zijn, waardoor de belastingschuldige niet op de hoogte was van de aanslag, terwijl hij wel datgene heeft gedaan dat redelijkerwijs van hem mag worden verwacht om de Belastingdienst in kennis te stellen van zijn nieuwe adres. De ontvanger kan slechts naar aanleiding van een ingediend bezwaarschrift in vorengenoemde gevallen de verschuldigde rente verminderen. Hij maakt zijn beslissing bij beschikking aan de belastingschuldige kenbaar. 3. Verzuim van de Belastingdienst Wanneer de behandeling van een bezwaarschrift meer tijd heeft gevergd dan gebruikelijk is, dient de hierdoor belopen rente volledig te worden voldaan. Er kan slechts aanleiding bestaan voor wat betreft de belopen rente een tegemoetkoming te verlenen als sprake is van een buitensporig lange behandeling van een bezwaarschrift, zonder dat de belastingschuldige daarop invloed heeft kunnen uitoefenen. Alsdan kan in extreme, schrijnende situaties, voorzover de alsdan geleden schade hoofdzakelijk het gevolg is van een duidelijk verzuim van de Belastingdienst, een deel van de rente worden verminderd. Dit deel stemt overeen met het aan de Belastingdienst te wijten rentenadeel, dat door de belastingschuldige aannemelijk moet worden gemaakt. De ontvanger kan slechts naar aanleiding van een ingediend bezwaarschrift in vorengenoemde gevallen de verschuldigde rente verminderen. Hij maakt zijn beslissing bij beschikking aan de belastingschuldige kenbaar. 4. Te late uitbetaling Als na formalisering van een uit te betalen bedrag de daadwerkelijke uitbetaling veel langer op zich laat wachten dan gebruikelijk is en deze vertraging aan de Belastingdienst is te wijten, wordt rente vergoed over de periode gedurende welke van vertraging sprake is geweest. Voorzover het gaat om zaken waarbij kan worden verwacht dat er van de besluitvorming een precedentwerking zal uitgaan, dient voorafgaand aan de besluitvorming contact te worden opgenomen met het ministerie, directie Bestuursondersteuning Belastingdienst. Verzoeken om rentevergoeding die via het Kabinet der Koningin, de Commissie voor de Verzoekschriften uit de Eerste of Tweede Kamer of de Nationale ombudsman worden ingediend worden behandeld op het ministerie, door voornoemd team. Dit geldt ook voor alle gevallen waarin het verzoek om rentevergoeding tevens een verzoek om schadevergoeding bevat, tenzij de vordering in het verzoek om schadevergoeding niet meer dan € 5000 bedraagt. Een gehele of gedeeltelijke afwijzing van een verzoek om rente- of schadevergoeding wordt door de ontvanger gemotiveerd. Als de rechthebbende verzoekt om herziening van de beschikking van de ontvanger wordt dit verzoek ter behandeling doorgezonden aan het directoraat-generaal Belastingdienst, team Juridische Zaken. 5. Kwijtschelding niet mogelijk Kwijtschelding is niet mogelijk op grond van vermeende betalingsonmacht. Evenzo zal in die gevallen ook geen toezegging worden gedaan dat deze rente niet zal worden ingevorderd. Het vorenstaande laat onverlet dat kwijtschelding wordt verleend c.q. rente buiten invordering wordt gelaten als de hoofdsom wordt kwijtgescholden c.q. buiten invordering gelaten. Hiervoor wordt verwezen naar hetgeen is vermeld bij artikel 26 van deze leidraad. 6. Teruggaaf middeling De teruggaaf uit hoofde van middeling wordt bij afzonderlijke beschikking verleend; er vindt geen vermindering van een belastingaanslag plaats. Er wordt bij deze teruggaven dus ook geen invorderingsrente vergoed. 7. Beslistermijnen verzoeken Op een verzoek als bedoeld in het vierde lid van deze paragraaf wordt binnen acht weken beslist. Als dit niet mogelijk is, wordt de belastingschuldige hiervan in kennis gesteld onder vermelding van de termijn waarbinnen wel kan worden beslist. § 3. Verminderingen en toepassing artikel 28, zesde lid 1. Vergoeding invorderingsrente Als de vermindering van een belastingaanslag tevens een gevolg is van het feit dat zich één van de situaties, als bedoeld in artikel 28, zesde lid, van de wet voordoet, moet voor de vergoeding van invorderingsrente een splitsing in het bedrag van de vermindering worden aangebracht. De vermindering moet worden gesplitst in een deel dat wordt veroorzaakt door het feit dat zich een situatie voordoet als vermeld in het zesde lid en een deel dat daarop geen betrekking heeft. Voor de beantwoording van de vraag of en in hoeverre de belastingschuldige voor een vergoeding van invorderingsrente in aanmerking komt, dient te worden nagegaan in hoeverre de belastingaanslag ook zou zijn verminderd indien een situatie als vermeld in artikel 28, zesde lid, zich niet zou hebben voorgedaan. Over dat deel van de vermindering dat geen betrekking heeft op die situatie kan in voorkomende gevallen een vergoeding van rente plaatsvinden. De vergoeding vindt alleen plaats als de vermindering, ook zonder dat zich een situatie als bedoeld in artikel 28, zesde lid, voordoet, zou hebben geleid tot een terug te geven bedrag. 2. Verschuldigde invorderingsrente Als een nog openstaande belastingaanslag wordt verminderd op één van de gronden als genoemd in artikel 28, zesde lid, van de wet, blijft invorderingsrente verschuldigd over het voor de vermindering openstaande bedrag, omdat bij deze verminderingen de laatste zinsnede van het eerste lid van artikel 28 van de wet niet van toepassing is (zie voorbeeld 3 in bijlage VB bij deze leidraad). De rente wordt berekend over de periode vanaf de eerste dag na de laatste vervaldag tot en met de dag van dagtekening van de verminderingsbeschikking. Als deze rente niet wordt betaald, kan hiervoor de invordering worden opgestart.