BWBR0004800
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 27a
Leidraad invordering 1990
a ... [Regeling vervallen per 01-07-2008] § 1. Algemeen 1. De betalingskorting In artikel 27a van de wet is de mogelijkheid opgenomen om bij betaling van een belastingaanslag een betalingskorting te verlenen. De betalingskorting wordt verleend met betrekking tot belastingaanslagen die een te innen bedrag behelzen en die invorderbaar zijn in meer dan één termijn waarvan ten minste één termijn vervalt voor de laatste dag van de eerste helft van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven. De betalingskorting wordt verleend indien het volledige bedrag van de belastingaanslag verminderd met het bedrag van de te verlenen betalingskorting, op de eerste vervaldag van de belastingaanslag is voldaan. Oók als het bedrag van de belastingaanslag door de belastingplichtige bestreden wordt moet het volledige bedrag van de belastingaanslag worden voldaan om voor de betalingskorting in aanmerking te komen. Als de belastingaanslag waarover de betalingskorting is verleend nog voor het eind van de eerste helft van het tijdvak wordt verminderd wordt de betalingskorting teruggenomen over het bedrag van de vermindering maar ten hoogste over het positieve bedrag van die belastingaanslag. 2. De belastingaanslagen waarop de betalingskorting wordt verleend De belastingaanslagen waarop de betalingskorting wordt verleend zijn: - voorlopige aanslagen inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen, vennootschapsbelasting en premieheffing arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen tot een positief bedrag waarvan het aanslagbiljet een dagtekening heeft die ligt in het jaar waarover deze is vastgesteld; - voorlopige aanslagen waarvan het aanslagbiljet een dagtekening heeft die ligt in het jaar van de peildatum (de toestand aan het begin van het jaar) waarop de aanslag is gebaseerd. 3. De berekening van de betalingskorting Het bedrag van de betalingskorting wordt berekend over het bedrag van de belastingaanslag en wordt vastgesteld met behulp van een percentage van het bedrag van de belastingaanslag. Dit percentage is gelijk aan het percentage van de invorderingsrente dat geldt op de vervaldag van de eerste termijn. De te verlenen betalingskorting wordt berekend over het tijdvak dat aanvangt op de dag na de vervaldag van de eerste termijn en eindigt op de laatste dag van de eerste helft van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven. Het bedrag van de betalingskorting wordt vermeld op het aanslagbiljet. Dit bedrag kan de belastingschuldige bij tijdige betaling in mindering brengen op het verschuldigde bedrag. De terug te nemen betalingskorting wordt berekend over het tijdvak dat aanvangt op de dag na de dagtekening van de uitspraak of de kennisgeving waarmee de vermindering wordt bekend gemaakt en eindigt op de laatste dag van de eerste helft van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven. Het percentage dat in aanmerking wordt genomen bij de berekening van de terug te nemen betalingskorting is gelijk aan het percentage dat in aanmerking is genomen bij de berekening van de op de belastingaanslag in mindering te brengen betalingskorting. 4. Betalingskorting en verrekening Op grond van artikel 24, vierde lid, van de wet is de ontvanger gehouden de verleende betalingskorting te verrekenen met het bedrag van de belastingaanslag waarvoor de betalingskorting wordt verleend. Wanneer de belastingaanslag terzake waarvan een betalingskorting is verleend wordt verminderd, moet de ontvanger de in verband met de vermindering terug te nemen betalingskorting verrekenen met het uit te betalen bedrag van de vermindering. Zie hiervoor ook artikel 24, § 1, tiende lid, van deze leidraad. 5. Invordering van de terug te nemen betalingskorting Wanneer de ontvanger abusievelijk verzuimt de terug te nemen betalingskorting te verrekenen met het uit te betalen bedrag van de vermindering van de belastingaanslag terzake waarvan de betalingskorting is verleend, kan dit bedrag op grond van artikel 6 van de wet worden ingevorderd. Wanneer in verband met de invordering van de terug te nemen betalingskorting kosten verschuldigd worden, gelden de toerekeningsregels van artikel 7 van de wet. Zie hiervoor ook artikel 7, § 1, vijfde lid, van deze leidraad.