BWBR0004800
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 20
Leidraad invordering 1990
... [Regeling vervallen per 01-07-2008] § 1. Lijfsdwang 1. Uiterste maatregel Lijfsdwang is de uiterste vorm van dwang die de ontvanger ten dienste staat om zijn vorderingen te innen. Voor toepassing van deze invorderingsmaatregel bestaat slechts aanleiding als kan worden aangenomen dat er wel middelen tot betaling of verhaal aanwezig zijn, maar andere dwanginvorderingsmaatregelen niet met succes kunnen worden toegepast en bovendien de belastingschuldige onwillig is om te betalen dan wel verhaal mogelijk te maken. Lijfsdwang zal alleen worden toegepast voor belastingaanslagen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat ze materieel verschuldigd zijn. Voor toepassing van lijfsdwang is rechterlijke toestemming vereist. Hierom zal door de ontvanger niet eerder worden verzocht dan na daartoe verkregen toestemming van het ministerie. Lijfsdwang is mogelijk naast de tenuitvoerlegging van een dwangbevel of een vonnis door beslag. 2. Lijfsdwang tegen welke personen Uiteraard kan lijfsdwang alleen maar worden toegepast ten aanzien aan natuurlijke personen. Ingeval een dwangbevel is uitgevaardigd terzake van een door een lichaam verschuldigde belastingaanslag kan dat dwangbevel worden tenuitvoergelegd door toepassing van lijfsdwang ten aanzien van de bestuurders/natuurlijke personen of de vereffenaars van dat lichaam om aldus het lichaam tot betaling te dwingen. Ingeval bestuurders of vereffenaars ontbreken, kan lijfsdwang ook worden toegepast ten aanzien van de laatst afgetreden of ontslagen bestuurders of vereffenaars. De lijfsdwang kan echter niet worden toegepast ten aanzien van de (gewezen) bestuurder of vereffenaar aan wie het niet is te wijten dat het lichaam zijn belastingschuld niet heeft voldaan. Het oordeel daarover is aan de rechter voorbehouden aan de hand van de feiten en de omstandigheden die opkomen in de procedure waarin het lichaam de gedaagde is. 3. Geen dreiging Zolang de rechterlijke toestemming niet is verkregen blijft elke vorm van dreigen met toepassing van lijfsdwang achterwege. Het voornemen tot toepassing van lijfsdwang wordt niet in de akte van betekening van een dwangbevel tot uitdrukking gebracht. 4. Toepassing van lijfsdwang De tenuitvoerlegging van een dwangbevel door toepassing van lijfsdwang vindt niet eerder plaats dan één dag na de betekening met bevel tot betaling als bedoeld in artikel 591, eerste lid, Rv, tenzij door de voorzieningenrechter van de rechtbank verlof is verleend tot dadelijke tenuitvoerlegging, dan wel sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 15 van de wet. Onderhoudskosten zijn in het geval van lijfsdwang ten aanzien van een belastingschuldenaar niet verschuldigd. De kosten van de akte van ingijzelstelling en insluiting alsmede de beloning van de getuigen worden aan de belastingschuldige in rekening gebracht. 5. Lijfsdwang met vonnis ex artikel 585 Rv Ook op grond van artikel 3 van de wet is lijfsdwang mogelijk, namelijk wanneer een vonnis als bedoeld in artikel 585 Rv is verkregen ten laste van een belastingschuldige dan wel een derde. Hetgeen vermeld is in de laatste twee alinea's van het eerste lid en de voorgaande drie leden van deze paragraaf vindt bij het voornemen en de toepassing van lijfsdwang langs civielrechtelijke weg zoveel mogelijk overeenkomstige toepassing. 6. Aansprakelijkgestelde Lijfsdwang op grond van artikel 20 van de wet is ten aanzien van een aansprakelijkgestelde niet mogelijk. Toepassing van lijfsdwang ten aanzien van deze persoon uit anderen hoofde dan in zijn hoedanigheid van aansprakelijkgestelde wordt hierdoor echter niet aangetast. Opgemerkt wordt dat ten aanzien van de hoofdelijk tot betaling gehouden personen wel tot lijfsdwang kan worden overgegaan. Te denken valt in dit verband bijvoorbeeld aan de in de artikelen 201 tot en met 216 CDW genoemde schuldenaren.