BWBR0004800
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 2
Leidraad invordering 1990
... [Regeling vervallen per 01-07-2008] § 1. Begrippen 1. Woonplaats Artikel 2 geeft een nadere omschrijving van in de wet gebruikte begrippen. Met opzet is er van afgezien in de wet een nadere omschrijving van het begrip woonplaats te geven. Omdat de wettelijke bepalingen in het kader van de invordering aansluiten bij de bepalingen inzake burgerlijke rechtsvordering, wordt onder woonplaats zoveel mogelijk verstaan het begrip woonplaats als bedoeld in de artikelen 1:10 tot en met 1:15 BW. Dit geldt in ieder geval met betrekking tot de op grond van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in acht te nemen formaliteiten bij de invordering. Met nadruk wordt erop gewezen dat een in het kader van de heffing aan de inspecteur opgegeven verblijfplaats niet zonder meer kan gelden als woonplaats. In het geval dat geen woonplaats in Nederland bekend is, verdient het bij twijfel over de werkelijke verblijfplaats de voorkeur te betekenen in persoon of overeenkomstig de overigens in artikel 54 Rv opgenomen wijze van betekenen. Bij de aansprakelijkheidsbepalingen van de eerste afdeling van hoofdstuk VI van de wet kan voor de inhoud van de in die bepalingen gebruikte begrippen woonplaats en plaats van vestiging veelal worden aangesloten bij de inhoud van die begrippen in de heffingswet op grond waarvan de belastingschuld, waarvoor de aansprakelijkheid wordt ingeroepen, is ontstaan. § 2. Heffingsrente, revisierente of compenserende rente 1. Voor bezwaar vatbare beschikkingen inzake heffingsrente, revisierente of compenserende rente Voor bezwaar vatbare beschikkingen inzake heffingsrente, revisierente of compenserende rente worden voor de toepassing van de invorderingsbepalingen gelijkgesteld met de belastingaanslag waarover die heffingsrente, revisierente of compenserende rente is berekend. Hierdoor wordt bereikt dat een zekere stroomlijning in de met betrekking tot belastingaanslag en voor bezwaar vatbare beschikkingen te volgen handelwijzen wordt aangebracht. Op de voor bezwaar vatbare beschikkingen inzake heffingsrente, revisierente of compenserende rente is dus de wet van toepassing. 2. Revisierente Revisierente is een vergoeding die de belastingplichtige wordt verschuldigd als bij hem op grond van: a. artikel 19b, eerste lid, of tweede lid, eerste volzin, van de Wet op de loonbelasting 1964 in verbinding met artikel 3.81 van de Wet inkomstenbelasting 2001 of van artikel 3.83, eerste of tweede lid, dan wel artikel 7.2, achtste lid, van laatstgenoemde wet de aanspraak ingevolge een pensioenregeling tot loon wordt gerekend; b. artikel 3.133 of artikel 3.136 van de Wet inkomstenbelasting 2001 premies voor een aanspraak op periodieke uitkeringen als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking worden genomen, behoudens voorzover artikel 3.69, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van genoemde wet met betrekking tot deze negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen toepassing vindt; c. artikel 3.135 van de Wet inkomstenbelasting 2001 premies voor een aanspraak uit een pensioenregeling als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel b, van die wet als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking worden genomen. De revisierente vormt een benadering van de rente die door de fiscus is gederfd doordat achteraf bezien ten onrechte uitstel van de heffing van inkomstenbelasting als gevolg van premie-aftrek heeft plaatsgevonden. Het betreft een benadering van de heffingsrente die in rekening zou kunnen worden gebracht als de mogelijkheid zou bestaan de belastingbedragen betreffende de premie-aftrek na te vorderen welke premie-aftrek, achteraf beoordeeld, ‘ten onrechte’ heeft plaatsgevonden.