BWBR0004800
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 14
Leidraad invordering 1990
... [Regeling vervallen per 01-07-2008] § 1. Tenuitvoerlegging van het dwangbevel 1a. Tenuitvoerlegging, keuze van maatregelen De tenuitvoerlegging geschiedt op de voet van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat toelaat de verschillende mogelijkheden van tenuitvoerlegging tegelijkertijd te benutten. De vraag welke executoriale maatregelen worden genomen, wordt in de eerste plaats beantwoord door de ontvanger. 1. Tenuitvoerlegging van een per post betekend dwangbevel Het dwangbevel levert een executoriale titel op, die met toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan worden ten uitvoer gelegd. Tenuitvoerlegging van het dwangbevel is eerst mogelijk na betekening aan de belastingschuldige. Indien het dwangbevel is betekend door het ter post bezorgen van een voor de belastingschuldige bestemd afschrift van het dwangbevel met bevel tot betaling door de ontvanger, vindt de tenuitvoerlegging van het dwangbevel op grond van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet plaats dan na betekening van een hernieuwd bevel tot betaling door de belastingdeurwaarder. De betekening van het hernieuwd bevel tot betaling vindt plaats overeenkomstig de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering met betrekking tot de betekening van exploten. Voor het exploot worden op grond van artikel 3, tweede lid, Kostenwet invordering rijksbelastingen kosten in rekening gebracht. Indien bij de betekening gevolg wordt gegeven aan het hernieuwde betalingsbevel, geeft de belastingdeurwaarder kwitantie voor het aldus aan hem betaalde bedrag. Voor het geven van deze kwitantie zijn geen kosten verschuldigd. Indien bij de betekening geen gevolg wordt gegeven aan het hernieuwde betalingsbevel, kan de belastingdeurwaarder onmiddellijk tot tenuitvoerlegging van het dwangbevel overgaan. Indien de betekening echter geschiedt overeenkomstig artikel 47 Rv, luidt het hernieuwde betalingsbevel tot betaling binnen twee dagen na de datum van betekening van dat bevel. Op deze termijn is de Algemene termijnenwet van toepassing. De tenuitvoerlegging van het dwangbevel vindt, tenzij artikel 15 van de wet van toepassing is, eerst plaats na ommekomst van de genoemde termijn van twee dagen. 2. Mate van souplesse De tenuitvoerlegging van tegen dezelfde belastingschuldige uitgevaardigde dwangbevelen heeft zoveel mogelijk tegelijkertijd plaats. Bij de tenuitvoerlegging wordt onnodige ruchtbaarheid vermeden. Tevens dient de nodige souplesse te worden betracht. Dit brengt met zich mee dat zo nodig de formeel voorgeschreven handelwijze wordt onderbroken, als het uit menselijk of tactisch oogpunt wenselijk is eerst persoonlijk contact met de belastingschuldige op te nemen. In dit verband kan het verantwoord zijn dat de belastingdeurwaarder niet dadelijk tot beslaglegging overgaat, dan wel deze onderbreekt of beëindigt, als hij reden heeft te vermoeden dat de ontvanger niet tot het geven van de beslagopdracht zou zijn overgegaan als hem alle omstandigheden bekend waren geweest, dan wel aangetoond kan worden dat de betaling c.q. een verzoek om uitstel van betaling of kwijtschelding, dan wel een verzoekschrift als genoemd in artikel 25, § 1, eerste lid, van deze leidraad en de beslagopdracht elkaar hebben gekruist. Als degene tegen wie het dwangbevel is uitgevaardigd, is overleden, wordt niet eerder tot tenuitvoerlegging overgegaan dan nadat de termijn van drie maanden als bedoeld in artikel 4:185 BW, is verstreken, tenzij alle erfgenamen de nalatenschap zuiver hebben aanvaard. De termijn van drie maanden kan door de kantonrechter worden verlengd. In het geval dat de nalatenschap wordt vereffend, kan de ontvanger gedurende de vereffening zijn vordering niet op de nalatenschap verhalen. Wanneer het dwangbevel eenmaal ten uitvoer is gelegd door middel van beslag, wordt onverwijld tot uitwinning van de beslagen goederen overgegaan. Hiervan kan worden afgeweken als de belastingschuldige een voorstel doet tot minnelijke afdoening van het beslag en met een dergelijke afdoening, gelet op het geheel der omstandigheden, naar het oordeel van de ontvanger akkoord kan worden gegaan. Hierbij geldt als uitgangspunt dat een minnelijke afdoening moet passen binnen het in deze leidraad geformuleerde beleid. 3. Verzoek belastingdeurwaarder om onverwijlde voorziening De belastingdeurwaarder kan op grond van artikel 438, vierde lid, Rv bij een executiegeschil dat om een onverwijlde voorziening vraagt zich rechtstreeks tot de voorzieningenrechter wenden met een van het bezwaar opgemaakt proces-verbaal. Hij zal van deze bevoegdheid slechts gebruikmaken met toestemming van de ontvanger. 4. Goederen van derden De wet biedt op een aantal plaatsen de mogelijkheid bij de invordering ten laste van de belastingschuldige goederen van derden aan te tasten om uit de opbrengst de belastingschuld te voldoen. Waar mogelijk worden echter eerst de vermogensbestanddelen van de belastingschuldige zelf uitgewonnen. Hiervan kan worden afgeweken als op voorhand duidelijk is dat de hoogte van de belastingschuld aantasting van de goederen van derden onvermijdelijk maakt of anderszins het belang van de invordering zich tegen het vorengenoemde uitgangspunt verzet. 5. Betekening van het beslag aan de derde Wanneer aan de belastingdeurwaarder of aan de ontvanger wordt meegedeeld dat de in beslag genomen goederen eigendom zijn van een derde of hij hiervan op een andere wijze op de hoogte komt, wordt het beslag aan de derde betekend. Wanneer de beweerdelijke derde-eigenaar, al voordat het beslag aan hem is betekend, administratief beroep instelt ex artikel 22 van de wet, maar geen verzet doet ex artikel 435, derde lid, Rv, wordt het beslag alsnog onmiddellijk aan de derde betekend, om aldus de termijn voor het doen van het (executie schorsende) verzet ex artikel 435 te doen ingaan. Als aan de eigendomsrechten van de derde niet behoeft te worden getwijfeld en de ontvanger zich niet op enig verhaalsrecht kan beroepen, wordt het beslag opgeheven. Betekening van het beslag aan de derde blijft in dat geval dus achterwege. De derde wordt wel van de opheffing van het beslag op de hoogte gesteld. 6. Overdracht invordering Artikel 431a Rv geldt niet voor de overdracht van de invordering aan een andere ontvanger. 7. Bewaarder is gerechtelijke bewaarder Waar in de navolgende paragrafen wordt gesproken over de bewaarder wordt hiermee bedoeld de gerechtelijke bewaarder als bedoeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, tenzij anders is aangegeven. 8. Onttrekking Ingeval goederen aan het beslag zijn onttrokken - hetgeen strafbaar is op grond van artikel 198 Sr - kan van dat feit op grond van artikel 162 Sv aangifte worden gedaan. 9. Actio Pauliana Als de ontvanger wordt geconfronteerd met een situatie waarin hij door één of meer rechtshandelingen in zijn verhaalsmogelijkheden wordt benadeeld, kan de ontvanger deze rechtshandeling(en) vernietigen. Daarbij geldt het bepaalde in artikel 3:45 e.v. BW. Een buitengerechtelijke verklaring tot vernietiging als bedoeld in artikel 3:49 BW geschiedt zoveel mogelijk schriftelijk. In daartoe aanleiding gevende gevallen kan direct beslaglegging plaatsvinden op de goederen die door de rechtshandeling buiten het verhaalsbereik van de ontvanger zijn gebracht, mits gelijktijdig de desbetreffende rechtshandeling buitengerechtelijk wordt vernietigd. De buitengerechtelijke verklaring tot vernietiging kan in het beslagexploot zelf worden opgenomen. Voorts dient een verklaring tot vernietiging ook tot de andere bij de rechtshandeling betrokken partijen te worden gericht. Ten aanzien van registergoederen kan de vernietiging niet altijd buitengerechtelijk geschieden: zie hiervoor artikel 3:50, tweede lid, BW. Voor conservatoir paulianabeslag in afwachting van een rechterlijke uitspraak tot vernietiging wordt verwezen naar artikel 737 Rv. 10. Opheffing na gedeeltelijke betaling Als de ontvanger een beschikking heeft afgegeven, inhoudende dat voor een openstaande belastingschuld geen invorderingsmaatregelen meer worden getroffen wanneer alsnog een bepaald bedrag wordt voldaan dan wel dat aan bepaalde voorwaarden moet zijn voldaan, heft de ontvanger de gelegde beslagen op nadat dit bedrag is betaald en/of aan die voorwaarden is voldaan. 11. Opheffing beslag tegen betaling door een derde Als de ontvanger van een derde een bedrag krijgt aangeboden ter opheffing van het beslag kan de ontvanger hieraan zijn medewerking verlenen als ten minste is voldaan aan de volgende voorwaarden: - het aangeboden geldbedrag komt niet direct of indirect uit het vermogen van de belastingschuldige; - het aangeboden geldbedrag is aanzienlijk hoger dan de opbrengst die naar verwachting zou zijn verkregen bij een executie; - de belangen van de Staat worden niet geschaad. De ontvanger houdt bij zijn beslissing rekening met de gerechtvaardigde belangen van andere schuldeisers die op de betreffende zaken verhaal zoeken en kan aan zijn medewerking nadere voorwaarden verbinden. 11a. Opschorten van de executie De belastingdeurwaarder stelt bij het opmaken van het proces-verbaal van beslag een verkoopdatum vast. Behoudens bijzondere omstandigheden vindt op deze datum de openbare verkoop plaats, tenzij de ontvanger ervan overtuigd is dat betaling van de belastingschuld alsnog op zeer korte termijn plaats zal vinden. In dat geval kan de ontvanger besluiten de verkoopdatum op te schorten tot (in totaal) maximaal vier maanden na de datum waarop het beslag is gelegd. De nieuwe verkoopdatum wordt bij exploot aan de belastingschuldige medegedeeld, tenzij deze nieuwe datum op grond van een schriftelijke overeenkomst tussen de ontvanger en de belastingschuldige is verschoven. Het opschorten van de verkoopdatum behelst op zichzelf geen uitstel van betaling in de zin van artikel 25 van de wet. Dit neemt niet weg dat de executie ook kan worden aangehouden in verband met een verleend uitstel van betaling in de zin van artikel 25 van de wet. Over het algemeen wordt dit vastgelegd in een zogenoemde prolongatieovereenkomst, waarbij de ontvanger tevens uitstel van betaling verleent. 12. Onderhandse verkoop Als de ontvanger tot uitwinning van het beslag wil overgaan en een onderhandse verkoop naar verwachting aanzienlijk meer zal opleveren dan de te verwachten opbrengst bij openbare verkoop, kan de ontvanger kiezen voor de onderhandse verkoop. Daarbij dient hij een open oog te houden voor de gerechtvaardigde belangen van eventuele derde-rechthebbenden die zich via het administratief beroep op grond van artikel 22, eerste lid, van de wet of op andere wijze bij hem hebben bekendgemaakt. Die derden worden in de gelegenheid gesteld om een bedrag, dat ten minste gelijk is aan de koopprijs die kan worden verkregen bij onderhandse verkoop, aan te bieden ter opheffing van het beslag, in welk geval aan deze opheffing de voorkeur wordt gegeven boven onderhandse verkoop. Onderhandse verkoop en/of opheffing van het beslag vindt niet plaats als hierdoor de belangen van de Staat naar het oordeel van de ontvanger worden geschaad. 13. Strafrechtelijk beslag Als op een inbeslaggenomen goed ook een strafrechtelijk beslag ex artikel 94 Sv (dus niet zijnde een beslag in het kader van een ontnemingsmaatregel) rust, wordt het door de belastingdeurwaarder gelegde beslag alleen vervolgd wanneer het strafrechtelijke beslag wordt opgeheven. Er bestaat geen bezwaar tegen dat het fiscale beslag blijft liggen zolang niet duidelijk is wat er met het strafrechtelijke beslag gebeurt. 14. Invordering en ontnemingswetgeving Met het openbaar ministerie is afgesproken dat de Belastingdienst de strafrechtelijke sanctionering en ontneming van wederrechtelijk verkregen voordelen zo min mogelijk belemmert. Om in ontnemingszaken tot goede afstemming te komen tussen het openbaar ministerie en de Belastingdienst treedt de officier van Justitie in een zo vroeg mogelijk stadium in contact met de Belastingdienst, waarbij in zaken met beduidende effecten op het maatschappelijk verkeer de officier contact opneemt met het ministerie. Gezamenlijk wordt alsdan bezien welk traject, het ontnemings- dan wel het fiscale traject, onder de gegeven omstandigheden het meest efficient is. Nu kan het voorkomen dat ten laste van de belastingschuldige reeds beslag gelegd is voordat bekend is dat er een strafrechtelijk ontnemingstraject is gestart. Ook indien de inspecteur niet langer kan wachten met het opleggen van belastingaanslagen in verband met het verloop van termijnen kan voor die belastingaanslagen reeds beslag zijn gelegd. Indien in dergelijke situaties de Belastingdienst door het openbaar ministerie in kennis wordt gesteld van een ontnemingszaak en van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van een belastingschuldige, gaat de ontvanger (nog) niet over tot daadwerkelijke uitwinning van de reeds inbeslaggenomen vermogensbestanddelen dan nadat hij, in samenspraak met de fraudecoordinator, overleg daarover heeft gehad met de officier van Justitie. Wordt de Belastingdienst in kennis gesteld van een ontnemingszaak en van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van de belastingschuldige op het moment dat de invordering wel is gestart, maar nog niet tot beslaglegging is overgegaan, dan treft de ontvanger invorderingsmaatregelen met een conservatoir karakter. Indien de belangen van de Belastingdienst worden geschaad door opschorting van uitwinning gaat de ontvanger echter wel over tot uitwinning. Hierbij kan onder meer, doch niet uitsluitend, worden gedacht aan een situatie waarin door de daadwerkelijke uitwinning van het inbeslaggenomene niet ter hand te nemen, de verhaalswaarde daarvan in onevenredige mate vermindert (denk hierbij onder meer aan voorraden, personenauto's, e.d.) of aan een situatie waarin het niet uitwinnen van de beslagen zaak leidt tot een schade-actie, hetzij van de zijde van de belastingschuldige, hetzij van de zijde van de medecrediteuren. Indien de verdachte/veroordeelde naast illegaal inkomen nog legaal inkomen heeft waarvoor belastingaanslagen zijn opgelegd, kan de ontvanger wel tot daadwerkelijke uitwinning van die vermogensbestanddelen overgaan, welke anders dan door onderzoek van politie of openbaar ministerie zijn opgespoord. Het in dit lid verwoorde tegemoetkomend beleid vindt geen toepassing voorzover sprake is van de maatregel tot schadevergoeding, als bedoeld in artikel 36f, eerste lid, Sr ten behoeve van slachtoffers/benadeelde derden of anderszins op grond van het recht slachtoffers/benadeelde derden worden tegemoetgekomen. In gevallen waarin dit lid niet voorziet wordt contact opgenomen met het ministerie. § 2. Beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn 1. Kennisgeving vooraf Als de belastingdeurwaarder bij de woonplaats van de belastingschuldige niemand thuis treft en beslag op roerende zaken alleen kan plaatsvinden met gebruikmaking van artikel 444 Rv, blijft deze wijze van tenuitvoerlegging vooralsnog achterwege. De belastingdeurwaarder laat in dat geval een schriftelijke kennisgeving achter met vermelding van dag en uur waarop hij zich weer bij de woonplaats zal vervoegen. Een dergelijke handelwijze blijft achterwege als een belastingschuldige het stelselmatig hierop laat aankomen, dan wel van deze handelwijze misbruik wordt gemaakt of op andere wijze het belang van de invordering zich tegen deze handelwijze verzet. Voor binnentreding in woningen en andere ruimten wordt verwezen naar § 1, Inleidende opmerkingen, lid 14, van deze leidraad. 2. Domiciliekeuze Als het beslag wordt gelegd door een belastingdeurwaarder van een ander kantoor van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst dan het kantoor waar bij de betekening van het dwangbevel domicilie is gekozen, wordt in het beslagexploot tevens domicilie gekozen ten kantore van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst waar de belastingdeurwaarder die het beslag legt zijn standplaats heeft. 3. Aanbod van betaling Als de belastingschuldige ter voorkoming van beslaglegging aan de belastingdeurwaarder aanbiedt om ter plekke te betalen, wordt deze betaling niet geweigerd. Van de betaling wordt een kwitantie opgemaakt, waarvan een afschrift aan de belastingschuldige wordt gelaten. Er zijn bij deze betaling op grond van artikel 3, derde lid, Kostenwet invordering rijksbelastingen kosten verschuldigd. In daartoe aanleiding gevende gevallen, bijvoorbeeld bij grote bedragen, kan de belastingdeurwaarder er voor kiezen om in plaats van de betaling te accepteren de belastingschuldige te vergezellen naar het postkantoor waar de belastingschuldige zijn betaling kan storten. In dat geval zijn geen kosten verschuldigd. 4. Omvang van het beslag Het beslag wordt gelegd op zoveel zaken als naar het oordeel van de belastingdeurwaarder ruimschoots voldoende zijn voor dekking van de openstaande schuld met inbegrip van rente en kosten. Als bekend is dat onder de voor beslag vatbare zaken zich zaken van derden bevinden waarop ook verhaal mogelijk is, wordt in eerste instantie zoveel mogelijk beslag gelegd op de zaken die eigendom zijn van de belastingschuldige en pas in de tweede plaats voor zoveel nodig op de zaken van derden. Ook wanneer de in beslag te nemen zaken zich op verschillende plaatsen bevinden, kunnen deze zaken door middel van één exploot van beslag in beslag worden genomen. 5. Aanwezigheid andere ambtenaar De ontvanger kan de belastingdeurwaarder opdragen om zich door hem bij de beslaglegging te laten vergezellen ter aanwijzing van de in beslag te nemen zaken. 6. Vorderingen tot vergoeding Op grond van artikel 455a Rv vallen vorderingen tot vergoeding die na de beslaglegging in de plaats van de in beslag genomen zaak zijn getreden onder het beslag, nadat het beslag aan de schuldenaar van die vordering is betekend. De belastingdeurwaarder kan verlangen dat de vordering aan hem wordt voldaan. De mededeling hiertoe aan de schuldenaar van die vordering geschiedt namens de belastingdeurwaarder door de ontvanger. De hieruit voortvloeiende betaling valt onder de opbrengst van de executie. 7. Zaken van derden Als tegen de inbeslagneming van bepaalde roerende zaken tegenover de belastingdeurwaarder bezwaar wordt gemaakt op grond van het feit dat de zaken geen eigendom zijn van de belastingschuldige en de zaken van de belastingschuldige onvoldoende verhaal bieden, wijst de belastingdeurwaarder op de mogelijkheid op grond van artikel 22, eerste lid, van de wet een beroepschrift in te dienen bij de directeur en eventueel in verzet te gaan op grond van artikel 456 respectievelijk artikel 435 Rv. Als de derde, met betrekking tot wie de eigendom wordt beweerd, bij de beslaglegging aanwezig is, dan wel op het adres waar de beslaglegging plaatsheeft woont of is gevestigd, betekent de belastingdeurwaarder het beslag direct na de beslaglegging ook aan deze derde. In de overige gevallen vindt betekening aan de derde na overleg met de ontvanger binnen acht dagen na de beslaglegging plaats. In het geval echter dat aan de eigendom van een derde niet kan worden getwijfeld en tevens vaststaat dat de ontvanger zich niet op enig verhaalsrecht kan beroepen, blijft inbeslagneming achterwege. 8. Voldoening zekerheidsschuld door ontvanger Als niet onder het bodemrecht vallende zaken worden aangetroffen die eigendom zijn van een derde en strekken tot zekerheid van een schuld die de belastingschuldige aan de derde heeft (bijvoorbeeld huurkoop, eigendomsvoorbehoud) en waarop de ontvanger zich na voldoening van die schuld zou kunnen verhalen, kan de ontvanger het restant van de schuld op grond van artikel 6:30 BW voldoen in afwachting van verrekening met de belastingschuldige. In dergelijke gevallen dient het buiten twijfel te zijn dat de executiewaarde van de desbetreffende zaken beduidend hoger is dan het restant van de bovengenoemde schuld. Het vorenstaande geldt mutatis mutandis ook als het gaat om bij een derde inbeslaggenomen zaken waarop een retentierecht rust. 9. Zaken bij derden Als zich zaken van de belastingschuldige bij een derde bevinden wordt hierop zoveel mogelijk beslag gelegd door middel van een beslag op roerende zaken, mits de derde hieraan zijn medewerking verleent. Als het de belastingdeurwaarder echter feitelijk onmogelijk is de zaken zelf te zien, dan wel te inventariseren en/of de derde geen medewerking verleent, dan wel een beroep doet als bedoeld in artikel 461d Rv, wordt op deze zaken beslag gelegd door middel van een derdenbeslag. Doet de derde een beroep als bedoeld in artikel 461d Rv nadat het exploot van beslag op roerende zaken al is afgesloten, dan wordt geen afzonderlijk derdenbeslag gelegd maar geldt dat beslag als derdenbeslag. De belastingdeurwaarder draagt er zorg voor dat in dat geval binnen drie dagen na de beslaglegging aan de derde een formulier in tweevoud als bedoeld in artikel 475, tweede lid, Rv wordt betekend. Dit geldt ook als de derde voormeld beroep niet doet, maar de verwachting is gerechtvaardigd dat hij dat voor de executoriale verkoop nog zal doen. 10. Wegvoeren van beslagen zaken Nadat op roerende zaken beslag is gelegd wordt zoveel mogelijk aan de belastingschuldige het feitelijk gebruik gelaten. Onder bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken en kan, nadat het beslag is gelegd, door de belastingdeurwaarder worden overgegaan tot het wegvoeren van de beslagen zaken. Er wordt tevens een bewaarder aangesteld. Het aanstellen van een bewaarder ontheft de ontvanger niet van zijn verantwoordelijkheid met betrekking tot de inbeslaggenomen zaken. De ontvanger kan onder omstandigheden aansprakelijk worden gesteld voor de schade die het gevolg is van gedragingen van de bewaarder die jegens de beslagene onrechtmatig zijn. Het wegvoeren van zaken is mogelijk, als dit voor het behoud van die zaken redelijkerwijze noodzakelijk is (artikel 446 Rv). Dit is bijvoorbeeld aan de orde als de zaken dreigen te worden verduisterd of beschadigd. Hetzelfde geldt als er gegronde vrees bestaat dat verhaal op de zaken ernstig bemoeilijkt wordt, of feitelijk onmogelijk is, indien de zaken niet worden afgevoerd. Van de mogelijkheid tot het wegvoeren van de beslagen zaken wordt slechts gebruik gemaakt: - als de verwachting bestaat dat zonder het wegvoeren de schuld niet volledig kan worden ingevorderd; en - de ontvanger na marginale toetsing niet heeft kunnen constateren dat de belastingaanslagen materieel onverschuldigd moeten worden geacht. Het wegvoeren van zaken geschiedt niet dan na daartoe verkregen toestemming van de voorzitter van het managementteam van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst, zijn plaatsvervanger of de betrokken teamleider. Het inventariseren, wegvoeren en opslaan van de zaken geschiedt onder verantwoordelijkheid van ten minste twee ambtenaren. De zaken worden in een daartoe geschikte, veilige ruimte opgeslagen en worden zo nodig verzekerd. Van het wegvoeren en de opslag wordt op grond van artikel 446, tweede lid, Rv een afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt, dat binnen drie dagen na het wegvoeren aan de belastingschuldige en aan de bewaarder wordt betekend. 11. Wegvoeren van douanegoederen Als de deurwaarder het noodzakelijk acht overeenkomstig het tiende lid van deze paragraaf zaken af te voeren die zijn opgeslagen onder douaneverband dient overleg plaats te vinden met het voor de belastingen bij invoer belaste organisatieonderdeel van de Belastingdienst. 12. Belasting van personenauto's en motorrijwielen en belasting zware motorrijtuigen Het tiende lid van deze paragraaf is niet van toepassing op naheffingsaanslagen als bedoeld in artikel 9, achtste lid, van de wet als de beslaglegging onmiddellijk na het opleggen van de belastingaanslag en de betekening van het dwangbevel plaatsvindt. Voor deze belastingaanslagen geldt dat in die gevallen tot inbewaringgeving van de auto of het motorrijwiel en eventuele andere voor beslag vatbare roerende zaken kan worden overgegaan als dit voor het behoud van de zaken redelijkerwijze noodzakelijk is. Hiervan kan onder meer sprake zijn in de situatie dat de auto of het motorrijwiel is voorzien van een vervalst kenteken, dan wel de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de belastingschuldige onvoldoende bekend zijn. 13. Afsluiting De deurwaarder dan wel de bewaarder kan tot afsluiting van de ruimte waarin ten laste van de onderneming in beslag genomen zaken zich bevinden overgaan, wanneer de omstandigheden als genoemd in het tiende lid van deze paragraaf zich voordoen en de desbetreffende zaken niet of slechts tegen naar verhouding zeer hoge kosten kunnen worden afgevoerd. Van de afsluiting wordt een afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt, dat binnen drie dagen na de afsluiting aan de belastingschuldige en aan de bewaarder wordt betekend. Na afsluiting zal zo spoedig mogelijk tot executoriale verkoop worden overgegaan. 14. Bewaarder Als zaken op grond van het tiende lid van deze paragraaf worden weggevoerd of op grond van lid 13 afsluiting plaatsvindt, stelt de belastingdeurwaarder daarbij een bewaarder aan die in staat moet worden geacht ook daadwerkelijk de taken verbonden aan het bewaarderschap met betrekking tot die zaken uit te oefenen. De aanstelling van de bewaarder wordt vermeld in het proces-verbaal als genoemd in het tiende lid respectievelijk lid 13 van deze paragraaf. Wanneer een ambtenaar van de Belastingdienst als bewaarder wordt aangesteld, is dit zoveel mogelijk een belastingdeurwaarder, niet zijnde de belastingdeurwaarder die het beslag heeft gelegd. Aan de ambtenaar die tot bewaarder is aangesteld, wordt hiervoor geen vergoeding gegeven. De tot bewaarder aangestelde ambtenaar draagt er zorg voor dat de beslagen zaken over welke hij tot bewaarder is aangesteld zo nodig worden vervoerd en/of opgeslagen op een wijze die het risico van meer dan voor de onderhavige zaken onder normale omstandigheden gebruikelijk fysiek en/of economisch bederf minimaliseert. De in dit verband te nemen maatregelen en de daaraan verbonden kosten dienen in een redelijke verhouding te staan tot de aard en de waarde van de desbetreffende zaken. Tijdens de periode dat het beslag ligt wordt in ieder geval in de navolgende gevallen aan de bewaarder het bewaarderschap ontnomen en een ander tot bewaarder aangesteld: - wanneer de bewaarder geacht moet worden gedurende langere tijd lichamelijk of geestelijk niet in staat te zijn de aan het bewaarderschap verbonden taken uit te oefenen; - wanneer de bewaarder is overleden (in dit geval behoeft het bewaarderschap niet uitdrukkelijk te worden ontnomen); - wanneer een ambtenaar van de Belastingdienst tot bewaarder is aangesteld: wanneer deze ambtenaar door oorzaken van personele of organisatorische aard redelijkerwijs moet worden geacht geen betrokkenheid meer te (kunnen) hebben bij het beslag. Ontslag van een bewaarder geschiedt steeds schriftelijk; in voorkomend geval kan dit bij deurwaardersexploot geschieden. 15. Cumulatief beslag Als op de roerende zaken van de belastingschuldige al beslag is gelegd kan hierop opnieuw beslag worden gelegd zolang de executoriale verkoop nog niet is aangevangen. Het cumulatief beslag dient zo spoedig mogelijk te worden betekend aan de deurwaarder die het eerste beslag heeft gelegd en aan de bewaarder. Als deze eerste deurwaarder een belastingdeurwaarder is die zijn standplaats heeft bij hetzelfde kantoor van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst als de beslagleggende belastingdeurwaarder respectievelijk als de bewaarder een ambtenaar van de Belastingdienst is die zijn standplaats heeft bij hetzelfde kantoor van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst als de beslagleggende belastingdeurwaarder, blijft deze betekening achterwege. Bij het cumulatief beslag worden de zaken geïnventariseerd en in het exploot van beslag omschreven als ware het een eerste beslag. Bij het cumulatief beslag wordt een verkoopdatum vastgesteld met inachtneming van artikel 462 Rv. Dit laat onverlet dat de verkoop eerder kan plaatsvinden als de eerste beslaglegger tot verkoop overgaat. Wanneer bij het cumulatief beslag zaken in beslag zijn genomen die niet vallen onder een eerder beslag, dan is het cumulatief beslag voor die zaken het eerste beslag en wordt voor deze zaken de verkoopdatum vastgesteld overeenkomstig artikel 462 Rv. Volgt prolongatie van dit cumulatieve beslag, hetgeen tezamen met de eerstvolgende prolongatie van het eerste beslag (als dit ook is gelegd voor vorderingen waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen) kan geschieden, dan wordt voor de vaststelling van opvolgende verkoopdata zoveel mogelijk aangesloten bij de datum van verkoop die voor het eerste beslag wordt of is bepaald. Wanneer tot executoriale verkoop wordt overgegaan, draagt de ontvanger er zorg voor dat deze verkoop zoveel mogelijk voor alle openstaande belastingaanslagen plaatsvindt. Dit brengt met zich mee dat voor de belastingaanslagen waarvoor nog geen beslag is gelegd voor de aanvang van de verkoop, zo nodig met toepassing van de artikelen 10 en 15 van de wet, cumulatief beslag wordt gelegd. 16. [Red: Vervallen.] 17. Executoriale verkoop computerapparatuur Wanneer op de wijze van artikel 439 e.v. Rv beslag op computerapparatuur is gelegd, dan valt alleen de zogenaamde "hard-ware" onder dit beslag. De belastingdeurwaarder dient, voordat tot executoriale verkoop wordt overgegaan, na te gaan of deze apparatuur nog de zogenaamde "soft-ware", zoals bestanden, programma's, e.d., bevat. Is dat het geval, dan dient de belastingschuldige de mogelijkheid te worden geboden om die bestanden, etc. te verwijderen en een back-up te maken. Hierna kan worden overgegaan tot het formatteren van de harde schijf op een zodanige wijze dat alle bestanden, etc. worden gewist. Zo nodig dient voor deze werkzaamheden (extern) deskundige hulp te worden ingeroepen. De kosten die de Belastingdienst in verband met deze hulp moet maken, worden aan de belastingschuldige op grond van artikel 6 Kostenwet invordering rijksbelastingen in rekening gebracht. 18. Zilveren, gouden en platina werken De ontvanger dient er voor zorg te dragen dat geen zilveren, gouden of platina werken die niet zijn voorzien van de volgens de Waarborgwet 1986 vereiste stempeltekenen, in openbare verkoop worden gebracht of met dat doel worden tentoongesteld. Van het houden van een openbare verkoop waarin zilveren, gouden of platina werken voorkomen, is de ontvanger verplicht ten minste drie dagen tevoren aangifte te doen bij Waarborg Holland. Bij de aangifte vermeldt de ontvanger in ieder geval de navolgende gegevens: - naam, adres en hoedanigheid van de belastingschuldige ten laste van wie de verkoop plaatsvindt; - in hoeverre de werken volgens de ontvanger op grond van artikel 5 van de Waarborgwet 1986 aan waarborg zijn onderworpen; - de tijdstippen van kijkdagen en verkoop; - het adres waar de verkoop zal plaatsvinden; - naam, kwaliteit en adres van de contactambtenaar ten kantore; - eventuele overige voor de Waarborg van belang zijnde gegevens. De aangifte geschiedt schriftelijk en wordt door de ontvanger ondertekend. 19. Namaakzaken Als zaken in beslag zijn genomen waarvan het vermoeden bestaat dat het zaken met een vals keurmerk zijn (sieraden, horloges, e.d.) worden deze zaken aangemeld bij Verispect BV. Als inderdaad sprake is van valse keurmerken, zullen die aanwezige keurmerken moeten worden vernietigd. Voor zaken waarop een vals handelsmerk is aangebracht (kleding e.d.) is artikel 337 Sr van toepassing. Ingeval dit soort zaken wordt aangetroffen neemt de ontvanger contact op met de FIOD-ECD. 20. Illegale zaken Als voor beslag vatbare zaken worden aangetroffen waarvan in beginsel de vervaardiging, het bezit of het gebruik strafbaar is (of het vermoeden van strafbaarheid bestaat), kan de beslaglegging op de normale wijze doorgang vinden. Wel wordt direct of zo snel mogelijk na de beslaglegging de politie ingeschakeld om te bezien in hoeverre aanleiding bestaat om strafrechtelijke maatregelen te nemen. Hierbij geldt het bepaalde in artikel 14, § 1, lid 13, hiervoor. Als geen strafrechtelijke maatregelen worden getroffen, in die zin dat de voormelde zaken verbeurd worden verklaard of worden onttrokken aan het verkeer, dient de ontvanger, voordat de maatregelen worden getroffen om tot executoriale verkoop van de inbeslaggenomen zaken over te gaan, contact op te nemen met het ministerie. 21. De executoriale verkoop De verkoop wordt gehouden op een door de belastingdeurwaarder in overleg met de ontvanger vast te stellen plaats. Hij draagt er zorg voor dat de beslagen zaken zo nodig naar de plaats van verkoop worden gebracht. Bij de verkoop worden zaken die eigendom zijn van derden of waarop een beperkt zakelijk recht rust zoveel mogelijk pas in de laatste plaats verkocht. Als bij omvangrijke executies ter verkrijging van een zo hoog mogelijke opbrengst deskundige hulp gewenst is, kan de ontvanger een makelaar of een andere terzake deskundige derde inschakelen. Mocht een reeds op de voet van artikel 464 - en eventueel 466 - Rv aangekondigde verkoop om enigerlei reden geen doorgang vinden, dan draagt de ontvanger er zorg voor dat de aanplakbiljetten onmiddellijk worden verwijderd en treft hij voorts met betrekking tot op andere wijze gedane aankondigingen voor zoveel nodig dienovereenkomstig maatregelen. Is de belastingschuldige niet van de afgelasting op de hoogte dan wordt hem hiervan onverwijld schriftelijk en gemotiveerd mededeling gedaan. Als verwacht moet worden dat deze mededeling de belastingschuldige niet meer voor het aangekondigde tijdstip van verkoop zal bereiken, stelt de ontvanger hem op andere wijze in kennis. 22. [Red: Vervallen.] 23. [Red: Vervallen.] 24. Samenloop opheffing beslag en onderhandse verkoop Als de ontvanger de mogelijkheid heeft om te kiezen tussen een aangeboden bedrag ter opheffing van een beslag als bedoeld in artikel 14, § 1, lid 11, van deze leidraad en een onderhandse verkoop als bedoeld in artikel 14, § 1, lid 12, van deze leidraad geeft hij, tenzij hij het beslag wenst te handhaven, in ieder geval de voorkeur aan opheffing van het beslag als de hierdoor verkregen opbrengst niet minder is dan die van de onderhandse verkoop. 25. Bieden voor rekening van het Rijk Om een zo hoog mogelijke opbrengst te verkrijgen, kan de ontvanger een andere dan de met de verkoop belaste belastingdeurwaarder opdragen voor rekening van het Rijk te bieden. De ontvanger geeft deze belastingdeurwaarder zo nodig nadere aanwijzingen. Als de ontvanger of de namens hem optredende rijksbieder twijfel heeft over de hoogte van een te bieden bedrag bij een executoriale verkoop, wendt hij zich tot de inspecteur der Domeinen over zijn standplaats. Deze informeert de ontvanger of rijksbieder over een vermoedelijke vraag-/biedprijs. De rijksbieder draagt de door hem aangekochte zaken zo spoedig mogelijk over aan de dienst der Domeinen. 26. Einde van het beslag Als de belastingschuldige hierom uitdrukkelijk verzoekt of wanneer de ontvanger dit wenselijk acht wordt opheffing van het beslag bij deurwaardersexploot kenbaar gemaakt. Deze werkwijze wordt altijd gehanteerd als het betreft een beslag op roerende zaken waarbij artikel 445 Rv toepassing heeft gevonden. Als er over de beslagen zaken een bewaarder is aangesteld die geen ambtenaar van de Belastingdienst is, wordt hij van het einde van het beslag schriftelijk op de hoogte gesteld. 27. Gegevensverstrekking Als de belastingschuldige of een belanghebbende derde de ontvanger vraagt of een beslag nog ligt, verstrekt de ontvanger deze informatie, tenzij het belang van de invordering zich daartegen verzet. 28. Opbrengst verkoop De belastingdeurwaarder is verantwoordelijk voor de executie-opbrengst. Na afloop van de verkoop stort hij de opbrengst op een bank- of girorekening. De administratieve afwikkeling van de executie-opbrengst geschiedt namens de belastingdeurwaarder door de ontvanger. Van de opbrengst worden op grond van het bepaalde in artikel 474 Rv eerst de kosten die als gevolg van de verkoop voor rekening van de belastingschuldige komen afgeboekt. Als er andere schuldeisers zijn die beslag hadden gelegd dan wel er beperkt gerechtigden zijn van wie het recht door de executie is vervallen, wordt zoveel mogelijk getracht in der minne overeenstemming te bereiken over de toedeling van de netto-executie-opbrengst. Blijkt dit niet mogelijk dan zijn de artikelen 481 e.v. Rv van toepassing. Zijn er geen andere schuldeisers en/of beperkt gerechtigden als hiervoor bedoeld dan wordt de executie-opbrengst afgeboekt met inachtneming van het bepaalde bij artikel 7, § 1, vierde lid, van deze leidraad. 29. Proces-verbaal van verkoop Als de belastingschuldige te kennen geeft dat hij een afschrift van het proces-verbaal van verkoop wenst, wordt hem dit zo spoedig mogelijk toegezonden, met dien verstande dat de namen en woonplaatsen van de kopers onleesbaar zijn gemaakt. § 3. Beslag op onroerende zaken 1. [Red: Vervallen.] 2. Opnieuw bevel tot betaling Als na het bevel tot betaling bij de betekening van het dwangbevel of bij enig nadien betekend exploot een jaar of meer is verstreken, wordt vooraf bij exploot opnieuw bevel tot betaling gedaan. 3. Betekening beslag Als een beslag om praktische redenen door een ander dan de beslagleggende deurwaarder moet worden betekend, kan de belastingdeurwaarder die het beslag heeft gelegd per telefax een kopie van het proces-verbaal van beslag sturen aan de belastingdeurwaarder die voor de betekening zorg draagt. Betekening aan de belastingschuldige dient te geschieden binnen drie dagen na de inschrijving van het proces-verbaal van beslag in de openbare registers. De belastingdeurwaarder die het beslag heeft gelegd kan ook zelf met toestemming van de ontvanger elders het beslag aan de belastingschuldige betekenen. 4. Aanwijzing notaris De notaris ten overstaan van wie de verkoop zal plaatsvinden, wordt in beginsel niet reeds in het proces-verbaal van beslag aangewezen, maar later bij exploot. Als het in het voornemen ligt zo snel mogelijk na de beslaglegging tot verkoop van de onroerende zaak over te gaan, wordt wel al in het proces-verbaal de notaris aangewezen. In dat geval wordt in plaats van bij de belastingdeurwaarder domicilie gekozen bij de notaris. Met de notaris wordt in deze gevallen vooraf over de domiciliekeuze overleg gepleegd. 5. Bewaarder Aanstelling van een gerechtelijke bewaarder is op grond van artikel 506 Rv niet verplicht. Door het beslag is de belastingschuldige namelijk verplicht de in beslag genomen zaken in goede staat te houden. Als gelijktijdig met het beslag op de onroerende zaak, beslag wordt gelegd op - in of op de onroerende zaak aanwezige - roerende zaken, kan de belastingdeurwaarder deze zaken afvoeren om in bewaring te geven als dit voor het behoud van die zaken redelijkerwijs noodzakelijk is. De belastingdeurwaarder heeft hiervoor toestemming nodig van de ontvanger. Zie § 2, tiende lid, hiervoor. 6. Nieuwe belastingschuld De ontvanger gaat, als hij voor belastingschuld beslag op een onroerende zaak heeft gelegd, voor nader opgekomen belastingschuld zoveel mogelijk wederom tot beslaglegging over. De ontvanger gaat altijd zijnerzijds tot beslaglegging over - in gevallen waarin hij zelf de eerste beslaglegger is - voor vorderingen van derden waarvan de invordering aan hem is opgedragen. 7. Aanwezige zaken Als verhaal wordt beoogd op in een onroerende zaak van de belastingschuldige aanwezige zaken ten aanzien waarvan twijfel bestaat of deze roerend of onroerend zijn, worden die zaken zowel in een beslag op een onroerende zaak als in een beslag op roerende zaken begrepen. Er wordt dus op deze zaken zowel een beslag op grond van artikel 439 e.v. Rv als een beslag op grond van artikel 502 e.v. Rv gelegd. Daarna wordt na eventueel daartoe ingewonnen advies bij het ministerie of de rijksadvocaat bepaald op welke wijze de zaken worden uitgewonnen. Van het beslag dat in verband hiermee niet wordt voortgezet, zijn de kosten niet verschuldigd. 8. Verhuurde of verpachte onroerende zaken De ontvanger die beslag op de onroerende zaak heeft laten leggen en tevens de huur of pacht wil incasseren, doet hiervoor zoveel mogelijk een vordering ex artikel 19 van de wet onder de huurder of pachter. Er wordt in die gevallen dus niet gehandeld op de wijze als bedoeld in artikel 507, derde lid, Rv. Met betrekking tot de vorderingen als bedoeld in artikel 507, vierde lid, Rv en artikel 507a Rv kan geen vordering ex artikel 19 van de wet worden gedaan. In die gevallen wordt gehandeld als in genoemde artikelen is aangegeven. 9. Voorwaarden van verkoop De ontvanger vraagt de notaris een afschrift van de op de verkoop van toepassing zijnde veilingvoorwaarden en treedt zo nodig in overleg over de inhoud van deze voorwaarden. In overleg met de notaris wordt in de voorwaarden van verkoop bepaald dat de kosten van executie, van toewijzing en van de eventuele rangregeling door de executant zullen worden voldaan uit de koopprijs en dat het tekort, als de koopprijs niet toereikend mocht zijn, door de executant zal worden aangezuiverd. 10. Opheffing van het beslag Van de opheffing van een beslag op een onroerende zaak wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de belastingschuldige en, als het beslag aan hem is betekend, aan de huurder of pachter. Voorts wordt van de opheffing bij deurwaardersexploot mededeling gedaan aan de (eventuele) derde-eigenaar, aan alle (eventuele) hypotheekhouders en, indien van toepassing, aan de bewaarder. § 4. Beslag onder derden 1. Algemeen In de artikelen 475 e.v. Rv is de mogelijkheid gegeven ten laste van de belastingschuldige beslag te leggen onder een derde. Blijkt na het afleggen van de buitengerechtelijke verklaring dat de derde geen gelden of zaken onder zich heeft, dan blijkt het beslag nooit te hebben gelegen. De ontvanger stelt de derde hiervan op de hoogte. Een belastingaanslag kan ook worden verhaald door het leggen van derdenbeslag op een vordering die formeel aan een ander dan de belastingschuldige toebehoort, dan wel op naam van die ander - bijvoorbeeld door een bank - wordt geadministreerd. Als voorbeeld valt te denken aan de echtgenoot met wie de belastingschuldige in gemeenschap van goederen is gehuwd. In dat geval wordt het derdenbeslag gelegd ten laste van de echtgenoot van de belastingschuldige, wanneer de echtgenoot alleen gerechtigd is de vermogensbestanddelen te vorderen die onder het beslag vallen. In het beslagexploit, waarvan afschrift wordt gelaten aan de derdebeslagene en dat zowel aan de belastingschuldige als aan de echtgenoot binnen acht dagen na het leggen van het beslag moet worden betekend, dient de ontvanger zoveel mogelijk aan te geven op welke gronden hij de ten name van de echtgenoot geadministeerde vordering meent te kunnen uitwinnen ter verhaal van een vordering op de belastingschuldige. 2. Derdenbeslag of vordering ex artikel 19 Als naast een derdenbeslag ook een vordering op grond van artikel 19 van de wet mogelijk is, kiest de ontvanger voor het doen van de vordering. 3. Roerende zaken Als zich onder de derde roerende zaken van de belastingschuldige bevinden wordt gehandeld overeenkomstig hetgeen is bepaald in § 2, negende lid, hiervoor. 4. Beslaglegging Aan de nauwkeurige vermelding in het exploot van beslag van naam en de eventuele rechtsvorm van de derde wordt bijzondere aandacht geschonken. Als de mogelijkheid bestaat het beslag te leggen zowel ter plaatse van het hoofdkantoor van de derde als ter plaatse van een filiaal of bijkantoor, wordt het beslag zoveel mogelijk gelegd bij het hoofdkantoor of het filiaal of bijkantoor dat met de gelden of zaken waarop verhaal wordt gezocht bemoeienis heeft. In spoedeisende gevallen kan het beslag worden gelegd onder een ander filiaal of bijkantoor. Er wordt in alle gevallen volstaan met domiciliekeuze bij de belastingdeurwaarder. 5. Omvang van het beslag Het beslag wordt gelegd op alle vorderingen die de belastingschuldige op de derde heeft of uit een op de datum van beslaglegging al bestaande rechtsverhouding rechtstreeks zal verkrijgen en op de aan de belastingschuldige toebehorende roerende zaken die onder de derde berusten en die geen registergoederen zijn. In het beslagexploot worden in daartoe aanleiding gevende gevallen vermeld de bekende vorderingen en/of zaken. In het beslagexploot worden specifiek vermeld: - vorderingen als bedoeld in artikel 475a, derde lid, Rv; - vorderingen of zaken die worden beslagen bij beslag onder de Staat (of een onderdeel van de Staat). In daartoe aanleiding gevende gevallen kan de ontvanger de omvang van het beslag bij de beslaglegging beperken. Voorzover niet door een andere schuldeiser beslag is gelegd, kan de omvang ook op een later tijdstip nog worden beperkt. Van de beperking wordt in het beslagexploot of in een afzonderlijk geschrift aan de derde uitdrukkelijk melding gemaakt. 6. Periodieke betalingen Als beslag is gelegd op periodieke betalingen als bedoeld in artikel 475c Rv is het beslag slechts geldig voorzover de periodieke betalingen de beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen 475b en 475d Rv overtreffen. De voor de bepaling van de beslagvrije voet relevante bedragen, de normen in het kader van de studiefinanciering en de normen in het kader van de huurstoeslag zijn vermeld in de bijlagen Ia tot en met Ic. Het gestelde in artikel 19, § 3, derde en vierde lid, van deze leidraad is van overeenkomstige toepassing. Als beslag is gelegd in een situatie als bedoeld in artikel 475e, dan wel artikel 475f Rv en de belastingschuldige toont aan dat hij voor zijn levensonderhoud volledig afhankelijk is van de beslagen betalingen dan past de ontvanger zonder rechterlijke tussenkomst de regeling van de beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen 475b en 475d Rv toe. 7. Buitengerechtelijke verklaring Bij de beslaglegging wordt aan de derde-beslagene een formulier Besluit Verklaring derdenbeslag in tweevoud betekend. Op dit formulier moet de derde-beslagene verklaren of en zo ja welke vorderingen en/of zaken hij van de belastingschuldige onder zich heeft. De derde-beslagene dient, zodra vier weken zijn verstreken na het leggen van het beslag, in alle gevallen een exemplaar van het door hem ingevulde, gedagtekende en ondertekende formulier aan de belastingdeurwaarder te verstrekken. Omdat de afwikkeling van het derdenbeslag namens de belastingdeurwaarder zal plaatsvinden door de ontvanger die de opdracht tot het leggen daarvan heeft gegeven, wordt aan de derde-beslagene bij de uitreiking van het formulier een antwoordenvelop verstrekt met het adres van de desbetreffende ontvanger van het kantoor van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst. Wordt de verklaring door de derde-beslagene overhandigd of ingeleverd bij de belastingdeurwaarder, dan zendt deze de verklaring zo snel mogelijk naar de opdrachtgever. Op grond van voornoemd besluit kan ook genoegen worden genomen met een ander door de derde-beslagene ingevuld geschrift, mits de daarop vermelde verklaring inhoudelijk aansluit bij het uitgereikte formulier. Binnen drie dagen na ontvangst van de verklaring zendt de ontvanger namens de belastingdeurwaarder een afschrift ervan aan de belastingschuldige. 8. Afdracht na het doen van de buitengerechtelijke verklaring De door de derde-beslagene aan de belastingdeurwaarder in de verklaring genoemde verschuldigde opeisbare geldsommen, verschuldigde goederen en/of af te geven zaken dienen na die verklaring aan de Belastingdienst te worden afgedragen. Daartoe wordt de derde-beslagene namens de belastingdeurwaarder door de ontvanger schriftelijk uitgenodigd. Voorzover de vordering of de verplichting tot afgifte van een door het beslag getroffen zaak er één is onder tijdsbepaling of voorwaarde, kan de belastingdeurwaarder slechts betaling of afgifte eisen na het verschijnen van het aangewezen tijdstip of de vervulling van de voorwaarde. 9. Het in gebreke blijven tot het doen van verklaring De derde-beslagene wordt namens de belastingdeurwaarder door de ontvanger in gebreke gesteld als zeven kalenderdagen na de termijn van vier weken nog geen verklaring van hem is ontvangen. Hij wordt daarbij gesommeerd om onverwijld tot verklaring over te gaan. Als de derde-beslagene ondanks de sommatie niet overgaat tot het doen van verklaring zendt de ontvanger de beslagstukken in aan de rijksadvocaat. 10. Niet afdragen na het doen van verklaring De derde-beslagene wordt namens de belastingdeurwaarder door de ontvanger in gebreke gesteld als hij niet is overgegaan tot afdracht van de opeisbare geldsommen of tot het aan de belastingdeurwaarder ter beschikking stellen van de goederen en/of zaken binnen de termijn genoemd in de schriftelijke uitnodiging als bedoeld in het achtste lid. Daarbij wordt hij gesommeerd om binnen zeven kalenderdagen aan zijn verplichting te voldoen. Als de derde-beslagene geen gehoor geeft aan de ingebrekestelling zendt de ontvanger de beslagstukken in aan de rijksadvocaat. 11. Betwisting van de afgelegde verklaring Als de ontvanger op grond van hem al dan niet via een invorderingsonderzoek bekend zijnde gegevens van mening is dat de door de derde-beslagene afgelegde buitengerechtelijke verklaring niet juist is, kan hij deze verklaring geheel of gedeeltelijk betwisten. Hij kan ook een aanvulling verzoeken en eventueel onderliggende bewijsstukken vragen. Heeft de ontvanger hierna nog niet de overtuiging dat de afgelegde verklaring juist is dan zendt hij de beslagstukken in aan de rijksadvocaat. Die inzending dient zo tijdig te geschieden dat de rijksadvocaat de derde-beslagene binnen twee maanden na het doen van de verklaring kan dagvaarden. 12. Vroegtijdige verklaring Bij de beslaglegging dringt de belastingdeurwaarder niet aan op het doen van verklaring binnen de 4-wekentermijn. Als de derde-beslagene binnen deze termijn verklaring doet van hetgeen hij onder zich heeft en hij de belastingdeurwaarder laat weten direct tot afdracht te willen overgaan, deelt de ontvanger, indien er althans geen aanleiding bestaat de verklaring te betwisten, hem namens de belastingdeurwaarder mee dat het beslag van rechtswege vervalt op het moment dat de door de derde-beslagene af te dragen geldsommen of ter beschikking te stellen goederen en/of zaken door de belastingdeurwaarder zijn ontvangen. 13. Opzeggen van vorderingen Door het leggen van een derdenbeslag ondergaat de opeisbaarheid van de onder het beslag vallende vordering geen wijziging. De beslaglegger, i.c. de ontvanger, heeft echter de bevoegdheid niet opeisbare vorderingen, die door opzegging opeisbaar gemaakt kunnen worden, op te zeggen. De ontvanger dient bij het terughoudend gebruikmaken van deze bevoegdheid de belangen van de belastingschuldige niet uit het oog te verliezen. 13a. Derdenbeslag op polis van levens- of spaarverzekering of lijfrente Bij een derdenbeslag op een polis van levens- of spaarverzekering of lijfrente geldt – naast de voorschriften in artikel 479l en volgende Rv – het volgende: – De ontvanger stelt zich terughoudend op bij het leggen van derdenbeslag als er sprake is van een niet-bovenmatige oudedagsvoorziening. – De ontvanger betrekt in zijn overwegingen de verhouding tussen de openstaande belastingschuld en de opbrengst bij afkoop of belening van de polis. Bij de bepaling van de opbrengst houdt de ontvanger rekening met het feit dat een (voortijdige) afkoop of belening van de polis in bepaalde gevallen wordt aangemerkt als een verboden handeling (zie ook artikel 44, paragraaf 1, lid 2, van deze leidraad) die tot negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen leiden als gevolg waarvan een aanslag in de inkomstenbelasting kan worden opgelegd. – Als de netto-opbrengst van de polis minder dan € 2.500 bedraagt, de polis wordt afgekocht of het derdenbeslag is gelegd drie jaren voor de expiratiedatum, wint de ontvanger het derdenbeslag niet uit en gaat hij niet over tot afkoop of belening. In dat geval laat de ontvanger – in overleg met belastingschuldige – het beslag liggen tot de expiratiedatum. – De omstandigheid dat het verzekerde bedrag pas na lange tijd tot uitkering komt, staat op zich een derdenbeslag niet in de weg. – De belastingaanslagen waarvoor het derdenbeslag wordt gelegd moeten onherroepelijk vaststaan en in redelijkheid materieel verschuldigd worden geacht. 14. Retentierecht Als de derde-beslagene een retentierecht heeft op de zaken die door het derdenbeslag van de ontvanger zijn getroffen, kan de ontvanger op grond van artikel 6:30 BW overgaan tot betaling van het bedrag waarvoor het retentierecht geldt in afwachting van verrekening met de belastingschuldige. Genoemd bedrag moet dan wel beduidend lager zijn dan de executiewaarde van de desbetreffende zaak. 15. Opheffing van het beslag Opheffing van het derdenbeslag geschiedt, als de derde-beslagene of de belastingschuldige daarom uitdrukkelijk verzoekt of als de ontvanger dit wenselijk acht, bij deurwaardersexploot. Het exploot zal in dat geval zowel aan de belastingschuldige als aan de derde-beslagene worden gedaan. In andere gevallen wordt van de opheffing schriftelijk kennis gegeven aan de derde-beslagene. Aan de belastingschuldige wordt dan een afschrift van deze kennisgeving gezonden. 16. Onverschuldigde betaling Wanneer de derde tegen de ontvanger een vordering uit onverschuldigde betaling instelt, worden dergelijke vorderingen ter behandeling doorgezonden aan het ministerie. Aan de afwikkeling van een dergelijke vordering wordt zoveel mogelijk medewerking verleend, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat niet méér op het derdenbeslag is betaald dan de derde uiteindelijk aan de belastingschuldige verschuldigd is. Als aan de vordering uit onverschuldigde betaling van de derde wordt voldaan, wordt de belastingaanslag waarvoor het derdenbeslag was gelegd geacht in zoverre niet te zijn voldaan. De ontvanger kan de invordering van die aanslag dan ook hervatten alsof er geen derdenbeslag was gelegd. 17. Derdenbeslag onder de Staat c.q. de ontvanger en het doen van verklaring Indien derdenbeslag wordt gelegd onder de Staat of de ontvanger is specificatie verplicht. Verwezen wordt in dit verband naar artikel 479 Rv. De verplichting tot specificatie heeft niet tot doel het verhaal te belemmeren, maar de taak van de Staat c.q. de ontvanger te verlichten. Dit betekent dat de verklaring in het kader van het derdenbeslag zich niet dient te beperken tot de ex artikel 479 Rv genoemde vermogensbestanddelen, maar dat de verklaring zich ook dient uit te strekken tot alles wat de geëxecuteerde te vorderen heeft van de Staat of de ontvanger en bij de Staat of de ontvanger bekend was op het moment van beslaglegging. 18. Derdenbeslag op voorlopige teruggaaf Indien derdenbeslag wordt gelegd onder de ontvanger op een voorlopige teruggaaf wordt rekening gehouden met de regeling van de beslagvrije voet. Dat geldt ook als het termijnbedrag niet groter is dan € 23 per maand. In het laatste geval wordt in overeenstemming met het bepaalde in artikel 9, § 1, lid 2a, van deze leidraad het bedrag dat ingevolge het gelegd beslag moet worden voldaan, berekend uitgaande van het termijnbedrag. § 5. Beslag op schepen 1. Algemeen Beslag op en uitwinning van schepen geschiedt overeenkomstig de bepalingen van boek II, titel 4, Rv. Deze titel geldt voor alle schepen. Onder schepen moeten worden verstaan alle zaken, geen luchtvaartuig of luchtkussenvaartuig zijnde, die blijkens hun constructie bestemd zijn om te drijven of hebben gedreven, daaronder begrepen de schepen in aanbouw. De bestemming van deze zaken hoeft niet primair het varen te zijn. Het ontmoet geen bezwaar om schepen van eenvoudige aard, zoals roeiboten, surfplanken e.d., in beslag te nemen en te verkopen op de wijze als in de eerste afdeling van titel II van Boek 2 Rv is bepaald voor roerende zaken die geen registergoederen zijn. 2. Bevel tot betaling Het beslag op een schip moet op grond van artikel 563 Rv worden voorafgegaan door een bevel aan de eigenaar van het schip of aan de boekhouder van de rederij waartoe het schip behoort om binnen 24 uur te betalen. Het beslag kan niet eerder worden gelegd dan nadat ten minste 24 uur na het bevel zijn verstreken. Zo nodig kan tegelijk met het bevel tot betaling het dwangbevel worden betekend. Is bij het bevel een langere betalingstermijn gegeven, dan dient eerst deze termijn te worden afgewacht voordat tot beslaglegging kan worden overgegaan. Ook op het beslag op een schip zijn de artikelen 10 en 15 van de wet volledig van toepassing. Zo kan als er gegronde vrees bestaat dat het schip spoedig zal vertrekken na gedaan bevel tot betaling, binnen de termijn van het bevel tot betaling tot beslaglegging worden overgegaan. Het verlof van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 563, tweede lid, Rv is hiertoe niet nodig. 3. Beslag aan boord De belastingdeurwaarder zal zich voor de beslaglegging aan boord van het schip moeten begeven. Hij kan zich daarbij doen bijstaan door één of twee getuigen. Bij weigering of verhindering is artikel 444 Rv van toepassing. Als (delen van) het schip als woning is aan te merken, moet het bepaalde in de Algemene wet op het binnentreden in acht worden genomen. Zie § 1, Inleidende opmerkingen, lid 14, van deze leidraad. 4. Domiciliekeuze De domiciliekeuze is afhankelijk van de wijze waarop de verkoop zal plaatsvinden. Het is dus van belang al van te voren te bezien op welke wijze zal worden geëxecuteerd. 5. Beletten van het vertrek De belastingdeurwaarder kan een bewaarder aanstellen en de nodige maatregelen nemen om het vertrek van het schip te beletten. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het "aan de ketting leggen" van het schip. Zo nodig voorziet de belastingdeurwaarder zich, na daartoe overleg te hebben gepleegd met de ontvanger, van deskundige bijstand. De kosten van deze bijstand komen voor rekening van de belastingschuldige. In daartoe aanleiding gevende gevallen kan het feitelijk gebruik van het schip weer aan de belastingschuldige worden gelaten, bijvoorbeeld wanneer ter voorkoming van een executoriale verkoop door de belastingschuldige een voorstel tot minnelijke afdoening is gedaan en dit voorstel voor de ontvanger, gelet op het geheel der omstandigheden, aanvaardbaar is. In ieder geval zal een minnelijke afdoening moeten passen in het bij artikel 25 van deze leidraad geformuleerde uitstelbeleid. 6. Aanwezige zaken Als verhaal wordt beoogd op in of op een schip van de belastingschuldige aanwezige zaken, ten aanzien waarvan twijfel bestaat of deze bestanddeel zijn van het schip dan wel zelfstandige roerende zaken zijn, worden die zaken zowel in een beslag op het schip als in een beslag op roerende zaken begrepen. Daarna wordt bepaald op welke wijze de zaken worden uitgewonnen. Wanneer het beslag op roerende zaken in verband hiermee naderhand niet wordt voortgezet, zijn de kosten niet verschuldigd. 7. De executie van schepen Tenzij een andere wijze van verkoop is toegestaan of voorgeschreven geschiedt de executoriale verkoop van een schip ten overstaan van een bevoegde notaris. De verkoop van een buitenlands zeeschip kan ook plaatsvinden ten overstaan van de rechtbank. Van deze mogelijkheid zal met name gebruik dienen te worden gemaakt als het land van herkomst de verkoop door een notaris niet erkent. De executie van niet-teboekgestelde schepen geschiedt als die van andere roerende zaken niet-registergoederen. Om een zo hoog mogelijke opbrengst te verkrijgen kan de ontvanger een ander dan de met de verkoop belaste belastingdeurwaarder opdragen voor rekening van het Rijk te bieden. De ontvanger geeft deze belastingdeurwaarder zo nodig nadere aanwijzingen. 8. Afgelasting van de verkoop Mocht een aangekondigde verkoop van een schip om enigerlei reden geen doorgang vinden, dan draagt de ontvanger er zorg voor dat de aanplakbiljetten onmiddellijk worden verwijderd en treft hij voorts met betrekking tot op andere wijze gedane aankondigingen voor zoveel nodig dienovereenkomstig maatregelen. Is de belastingschuldige niet van de afgelasting op de hoogte dan wordt hem hiervan onverwijld schriftelijk en gemotiveerd mededeling gedaan. Als verwacht moet worden dat deze mededeling de belastingschuldige niet meer voor het aangek