BWBR0004800
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 11
Leidraad invordering 1990
... [Regeling vervallen per 01-07-2008] § 1. Aanmaning 1. Eerste vervolgingsmaatregel Als een belastingaanslag niet binnen de daartoe gestelde termijnen wordt betaald, wordt overgegaan tot vervolging van de belastingschuldige. Als de aard of omvang van de belastingschuld dan wel het betalingsgedrag van de belastingschuldige daartoe aanleiding geven, kan de ontvanger de belastingschuldige eerst (kosteloos) een schriftelijke betalingsherinnering toezenden. Als er geen betalingsherinnering wordt verzonden of als deze niet of niet tijdig tot algehele voldoening van de belastingschuld leidt, verzendt de ontvanger een aanmaning of gaat hij over tot het uitbrengen van een dagvaarding. Zie voor de keuze tussen deze twee mogelijkheden hetgeen bij artikel 3 van deze leidraad is vermeld. Artikel 11 van de wet ziet op de verzending van een aanmaning. De aanmaning is geen beschikking in de zin van de Awb, maar slechts een sommatie tot betalen. Toezending van een aanmaning blijft in de volgende situaties achterwege: a. aan een vordering op grond van artikel 19 van de wet hoeft geen aanmaning te zijn voorafgegaan als deze vordering wordt gedaan jegens de curator in een faillissement; b. in het geval van versnelde executie ( artikelen 10 en 15 van de wet) kan verzending van een aanmaning achterwege blijven; c. als een termijndwangbevel door beslaglegging wordt tenuitvoergelegd, kunnen bij datzelfde dwangbevel alle vervallen termijnen worden ingevorderd ( artikel 16 van de wet), zonder dat voor de tussenliggende termijnen een aanmaning wordt verzonden; d. bij de dwanginvordering van naheffingsaanslagen in de belasting van personenauto's en motorrijwielen die zijn opgelegd aan een ander dan een vergunninghouder als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 en in de belasting van zware motorrijtuigen die zijn opgelegd aan de houder van een ander motorrijtuig dan bedoeld in artikel 6, onderdeel a, van de Wet belasting zware motorrijtuigen blijft de verzending van een aanmaning eveneens achterwege. Wanneer de vervolging geschiedt langs civielrechtelijke weg hoeft de dagvaarding niet eerst vooraf te worden gegaan door een ingebrekestelling. Wel wordt, behoudens wanneer tevoren al conservatoir beslag is gelegd, in deze gevallen eerst een aanmaning verzonden. 2. Achterwege laten van tussentijdse vervolging Vervolging, niet zijnde de eindvervolging, blijft in het algemeen achterwege als het achterstallige bedrag: a. kleiner is dan één tiende deel van de (verlaagde) belastingaanslag; en b. minder is dan € 182. Ook buiten de aangegeven grenzen kan de ontvanger zich in bijzondere gevallen gerechtigd achten op grond van vorenbedoelde overwegingen de tussentijdse vervolging achterwege te laten. Een tussentijdse vervolging die, beoordeeld naar het vorenstaande, terecht is aangevangen, wordt na de verzending van de aanmaning voor zoveel nodig ook voortgezet. 3. Aan wie wordt de aanmaning gezonden De aanmaning wordt gezonden aan degene aan wie het aanslagbiljet is gezonden. Blijkt evenwel naderhand dat de belastingschuldige minderjarig is of onder curatele staat, dan wordt, als de vervolging moet worden voortgezet, alsnog een aanmaning gezonden aan het adres van de wettelijke vertegenwoordiger. Is de belastingschuldige overleden dan wordt de aanmaning gezonden aan de gezamenlijke erfgenamen, tenzij de ontvanger bekend is dat de nalatenschap al is verdeeld, in welk geval een aanmaning aan iedere erfgenaam afzonderlijk wordt gezonden. 4. Adressering en verzending De betekenis van de aanmaning brengt mee dat alle zorg dient te worden besteed aan de juiste verzending: de omstandigheid dat artikel 17 van de wet geen verzet toelaat op grond van de bewering dat geen aanmaning is ontvangen, doet niet af aan de verplichting van de ontvanger ook hier zorgvuldigheid te betrachten. 5. Ten onrechte aanmaning verzonden Als een belanghebbende zich tot de ontvanger wendt met de mededeling dat hem ten onrechte een aanmaning is toegezonden, wordt de vervolging niet voortgezet voordat de zaak tot klaarheid is gebracht. Wanneer echter de ontvanger concrete aanwijzingen heeft dat in dat geval moet worden gevreesd voor de verhaalbaarheid van de belastingaanslagen of dat de mededeling is gedaan om de invordering te traineren, kunnen zo nodig die maatregelen worden genomen die de rechten van de fiscus veilig stellen. 6. Gedeeltelijke voldoening Wordt na de verzending van een aanmaning een gedeelte van het achterstallige bedrag voldaan dan wordt de uitvaardiging van een dwangbevel voor het restant niet door een nieuwe aanmaning voorafgegaan. 7. Bestuurlijke boete Als sprake is van een boetebeschikking die in verband staat tot een bepaalde belastingaanslag en op het desbetreffende aanslagbiljet is vermeld en voor deze bestuurlijke boete geen uitstel van betaling is verleend als bedoeld in artikel 25, § 1, lid 14, van deze leidraad, wordt de dwanginvordering aangevangen voor zowel de belasting als de bestuurlijke boete. Wanneer voor de bestuurlijke boete wel uitstel van betaling is verleend als bedoeld in artikel 25, § 1, lid 14, van deze leidraad, dan is de bestuurlijke boete invorderbaar nadat op het bezwaar- c.q. beroepschrift is beslist. Gedurende het voormelde uitstel wordt de dwanginvordering alleen voor de belasting en de daarop betrekking hebbende rente en kosten ter hand genomen. De aanmaning heeft in dit geval dus niet mede op de bestuurlijke boete betrekking. Zo nodig wordt na afloop van het uitstel de dwanginvordering voor de bestuurlijke boete en de daarop betrekking hebbende rente en kosten apart opgestart. De dwanginvordering van zogenaamde losse boetebeschikkingen vangt aan twee maanden na dagtekening van die beschikking. Wanneer voor de losse boetebeschikking uitstel van betaling is verleend als bedoeld in artikel 25, § 1, lid 14, van deze leidraad, vangt de dwanginvordering ook in dat geval pas aan nadat op het bezwaar- c.q. beroepschrift is beslist.