De commissie heeft tot taak:
Het analyseren van de procedures van behandeling van aanvragen om asiel alsmede van de wijze van opvang van asielzoekers in Nederland met het oog op de doelmatigheid van de huidige werkwijze, gezien in het licht van de verplichtingen die voortvloeien uit het geldende internationale en nationale recht; het op grond van deze analyses doen van voorstellen om de procedures waar mogelijk doelmatiger en sneller te doen verlopen, met inbegrip van voorstellen voor het wegnemen van knelpunten door middel van wetswijziging.
1. De commissie kan ter voorbereiding van door haar uit te brengen voorstellen, subcommissies instellen, waarin ook personen van buiten de commissie zitting hebben.
2. In elk der subcommissie als bedoeld in het eerste lid van dit artikel heeft tenminste een lid van de commissie of van het secretariaat zitting.
De voorzitter van de commissie en de voorzitters van de subcommissies als bedoeld in artikel 7zijn bevoegd deskundigen uit te nodigen om aan de beraadslagingen in de commissie dan wel de subcommissies deel te nemen.
De commissie en de subcommissies als bedoeld in artikel 7kunnen zich wenden tot overheidsdiensten, openbare en particulieren instellingen en groeperingen voor het verkrijgen van de inlichtingen die zij behoeven.
De commissie is bevoegd ter voorbereiding van haar voorstellen studies door derden te doen verrichten. Voordat studie opdrachten kunnen worden verleend, dienen deze te zijn goedgekeurd door de staatssecretaris van Justitie.
Dit besluit, dat zal worden geplaatst in de Nederlandse Staatscourant en waarvan afschrift wordt gezonden aan de Algemene Rekenkamer, treedt in werking met ingang van de dag na die van dagtekening.