1. De commissie houdt tijdens de in
artikel 25, eerste lid, van de wetbedoelde vergadering zitting met drie leden, en wel de voorzitter of zijn plaatsvervanger en twee andere leden. Indien één van hen door onvoorziene omstandigheden afwezig is, kan de commissie met instemming van de verzoeker toch zitting houden
2. Indien de aard van een verzoek om schadevergoeding zich naar het oordeel van de voorzitter dan wel zijn plaatsvervanger daartoe leent, houdt de voorzitter dan wel zijn plaatsvervanger, in afwijking van het eerste lid, alleen zitting. In dat geval adviseert de voorzitter of zijn plaatsvervanger de minister over de beslissing op het verzoek om schadevergoeding.
3. In het geval, bedoeld in
artikel 25, derde lid, van de wetbepaalt de voorzitter dan wel zijn plaatsvervanger of de commissie in haar in het eerste lid bedoelde samenstelling optreedt dan wel wordt vertegenwoordigd door de voorzitter of zijn plaatsvervanger, of door één of meer van haar leden.
4. In het geval, bedoeld in
artikel 27, eerste lid, van de wetbestaat de commissie uit degene die de vergadering, bedoeld in
artikel 25, eerste lid, van de wetheeft voorgezeten of uit één van de andere daarbij aanwezig geweest zijnde, door hem aangewezen, leden.