De commissie heeft tot taak advies uit te brengen aan de staatssecretaris van Justitie betreffende;
Het tegengaan van het gebruik van collectieve voorzieningen door illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen en het aktiveren van het binnenlands vreemdelingentoezicht.
Bij de advisering houdt de commissie rekening met de positie van de legaal in Nederland verblijvende vreemdelingen en Nederlanders van allochtone herkomst.
1. De commissie brengt advies uit aan de staatssecretaris van Justitie betreffende:
a. algemene visie.
b. de wijze waarop illegale immigratie kan worden tegengegaan en met name in welke gevallen koppeling van de verstrekking van collectieve voorzieningen aan de verblijfsstatus van vreemdelingen gewenst danwel verantwoord is.
c. de wijze waarop en de mate waarin aan de aktivering van het binnenlands vreemdelingentoezicht kan worden vorm gegeven, zodanig dat die de positie van legaal in Nederland verblijvende vreemdelingen en Nederlanders van allochtone herkomst niet negatief beïnvloedt.
d. de verdere voortgang en inrichting van werkzaamheden, waarbij wordt aangegeven op welke maatschappelijke knelpunten de commissie zich bij de werkzaamheden met betrekking tot de verdere rapportage zal richten;
2. De commissie brengt advies uit binnen een jaar na inwerkingtreding van dit besluit;
3. de commissie brengt na drie maanden een tussenbericht uit;
4. een minderheid van de commissie kan haar standpunt in het advies van de commissie doen vermelden.
Het secretariaat van de commissie wordt gevormd door mr. H. P. Heida en mr. drs. C. D. de Jong van de Directie Vreemdelingenzaken van het ministerie van Justitie.
1. De commissie kan ter voorbereiding van door haar uit te brengen voorstellen, subcommissies instellen, waarin ook personen van buiten de commissie zitting hebben.
2. In elk der subcommissies als bedoeld in artikel 6heeft tenminste een lid van de commissie of van het secretariaat zitting.
De voorzitter van de commissie en de voorzitters van de subcommissies als bedoeld in artikel 7zijn bevoegd deskundigen uit te nodigen om aan de beraadslagingen in de commissie dan wel de subcommissies deel te nemen.
De commissie en de subcommissies als bedoeld in artikel 7kunnen zich wenden tot overheidsdiensten, openbare en particuliere instellingen en groeperingen voor het verkrijgen van de inlichtingen die zij behoeven.
De commissie is bevoegd ter voorbereiding van haar voorstellen studies door derden te doen verrichten. Voordat studie-opdrachten kunnen worden verleend, dienen deze te zijn goedgekeurd door de staatssecretaris van Justitie.
Dit besluit, dat zal worden geplaatst in de Nederlandse Staatscourant en waarvan afschrift wordt gezonden aan de Algemene Rekenkamer, treedt in werking met ingang van de dag na die van dagtekening.