Artikel 1
De contante-waardefactoren bij oplopende leeftijden in gehele jaren voor de berekening van de overdrachtswaarde van een ouderdomspensioen hebben een grootte als vastgesteld in de volgende tabellen:
A: de contante-waardefactor uitgesteld ouderdomspensioen op het leven van een y-jarige ongehuwde vrouw, ingaande bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd;
B: de contante-waardefactor gehuwdenaftrek op het leven van een y-jarige vrouw en haar x-jarige echtgenoot, ingaande bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd van de vrouw;
C: de contante-waardefactor uitgesteld ouderdomspensioen op het leven van een x-jarige ongehuwde man, ingaande bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd;
D: de contante-waardefactor gehuwdenaftrek op het leven van een x-jarige man en zijn y-jarige echtgenote, ingaande bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd van de man.
A: de contante-waardefactor uitgesteld ouderdomspensioen op het leven van een y-jarige ongehuwde vrouw, ingaande bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd;
B: de contante-waardefactor gehuwdenaftrek op het leven van een y-jarige vrouw en haar x-jarige echtgenoot, ingaande bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd van de vrouw;
C: de contante-waardefactor uitgesteld ouderdomspensioen op het leven van een x-jarige ongehuwde man, ingaande bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd;
D: de contante-waardefactor gehuwdenaftrek op het leven van een x-jarige man en zijn y-jarige echtgenote, ingaande bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd van de man.