1. De stichting dient vóór 1 juni van het jaar volgend op het kalederjaar waarvoor bijdrage is verleend, een door het bestuur van de stichting ondertekende jaarrekening en een verslag van de activiteiten over dat kalenderjaar te verstrekken.
2. De jaarrekening dient in ieder geval te omvatten:
a. een jaarbalans per eind van het boekjaar;
b. een exploitatierekening over het boekjaar;
c. een toelichting op de balans- en exploitatierekening.
3. Uit de exploitatierekening dient in ieder geval afzonderlijk te blijken:
a. de bestuurskosten;
b. de reis- en verblijfkosten;
c. de representatiekosten;
d. het totaalbedrag aan salarissen;
e. de baten en lasten per afzonderlijke regeling c.q. project.
4. Bij de exploitatierekening en de balans opgenomen posten alsmede bij de in de toelichting opgenomen specificaties van posten uit de exploitatierekening en balansposten worden ter vergelijking de overeenkomstige bedragen uit de exploitatierekening en balans, respectievelijk de in de toelichting opgenomen specificaties van het voorafgaande boekjaar, alsmede uit de goedkeurende begroting vermeld.
5. De jaarrekening dient vergezeld te gaan van een verklaring van getrouwheid als bedoeld in de
Wet op de Registeraccountants(Stb. 1962, 268).
6. De registeraccountant rapporteert tevens omtrent de naleving door de stichting van de voorschriften en de voorwaarden die ingevolge deze regeling aan de bijdrage zijn verbonden.