BWBR0004607
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 99
Vissersvaartuigenbesluit
Toegelaten spanningen ... 1 Bij gelijkstroom mag de spanning ten hoogste bedragen: 1°. 250 V voor alle doeleinden, met uitzondering van het bepaalde in artikel 132, tweede lid; en 2°. 500 V voor de vast aangebrachte krachtinstallatie onder door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie te stellen voorwaarden. 2 Bij wisselstroom mag de spanning ten hoogste bedragen: 1°. 250 V voor: 1.1. de vast aangebrachte verlichting; 1.2. de vast aangebrachte telecommunicatie-toestellen voor het intern gebruik; 1.3. de vast aangebrachte krachtinstallatie en de verwarmingstoestellen in hutten en verblijven, geen ruimten voor algemeen gebruik zijnde; 1.4. contactdozen bestemd voor het aansluiten van navigatielantaarns; 1.5. contactdozen in ruimten voor accommodatie, ruimten voor algemeen gebruik en controlestations; 1.6. contactdozen bestemd voor het aansluiten van scheerapparaten in badkamers en doucheruimten, mits voorzien van een speciaal voor dit doel aangepaste beschermingstransformator; contactdozen voor andere bestemmingen mogen in die ruimten niet zijn aangebracht; en 1.7. contactdozen in vochtige ruimten of aan dek, bestemd voor het aansluiten van handgereedschappen, ruim- of looplampen en dergelijke, met uitzondering van die bedoeld onder 2, onder de voorwaarden dat: 1.7.1. deze spanning voor elke contactdoos afzonderlijk wordt verkregen van een bij deze contactdoos vast aangebrachte beschermingstransformator; of 1.7.2. de op de contactdozen aan te sluiten toestellen dubbel geïsoleerd zijn uitgevoerd. 2°. 55 V, mits deze spanning wordt verkregen van een omvormer of beschermingstransformator; voor: 2.1. de onder 1.7 bedoelde contactdozen welke niet voldoen aan de daarin onder 1.7.1 en 1.7.2 genoemde voorwaarden; en 2.2. contactdozen ten behoeve van werkzaamheden in nauwe ruimten zoals ketels, tanks en dergelijke en in het algemeen op plaatsen waar naar het oordeel van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie bijzondere veiligheidsvoorzorgen nodig zijn. 3°. 660 V voor: 3.1. de vast aangebrachte krachtinstallatie en verwarmingstoestellen, andere dan die bedoeld onder 1; en 3.2. contactdozen op aansluitkasten voor verplaatsbare werktuigen en toestellen die bij het gebruik niet in de hand worden genomen, een en ander onder de door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie te stellen voorwaarden. 3 Het bepaalde in de voorgaande leden van dit artikel geldt niet voor voortstuwingsinstallaties en voor installaties waarbij een hogere spanning noodzakelijk is, onder voorwaarde dat zodanige voorzieningen zijn getroffen dat de veiligheid naar het oordeel van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie op overeenkomstige wijze is gewaarborgd.