BWBR0004607
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 96
Vissersvaartuigenbesluit
Koelinstallaties, koel- en vriesruimten ... 1 Koelinstallaties moeten ten genoegen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie zodanig zijn ontworpen, geconstrueerd, beproefd en geïnstalleerd, dat rekening is gehouden met de veiligheid in het bijzonder met het oog op mogelijk letsel dat personen kunnen oplopen ten gevolge van het gebruikte koelmedium. 2 Koelmedia voor het gebruik in koelinstallaties moeten ten genoegen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie zijn. Het gebruik van methylchloride als koelmedium is niet toegestaan. 3 Koelinstallaties moeten voldoende zijn beschermd tegen trillen, schokken, uitzetten, krimpen en dergelijke en moeten voorzien zijn van een automatische veiligheidsinrichting, waardoor een gevaarlijke stijging van de temperatuur en van de druk wordt voorkomen. 3 Koelinstallaties waarin giftige of ontvlambare koelmedia worden gebruikt, moeten zijn voorzien van afvoerinrichtingen die uitmonden op een plaats waar het koelmedium geen gevaar oplevert. 4 Koelmachines, met inbegrip van koelers en gastanks, die giftige koelmedia gebruiken, moeten zijn ondergebracht in een afzonderlijke ruimte die door gasdichte schotten van aangrenzende ruimten is gescheiden. Deze ruimte moet zijn voorzien van een lekzoeksysteem met een aanwijsinstrument dat moet zijn aangebracht naast de ingang tot deze ruimte, een onafhankelijk ventilatiesysteem en een watersproei-installatie. 4 Indien ten gevolge van de grootte van het vaartuig het praktisch niet uitvoerbaar is, dat een koelinstallatie als bedoeld in het derde lid, in een afzonderlijke ruimte wordt ondergebracht, mag de installatie worden geplaatst in de ruimte voor machines, mits de hoeveelheid gebruikt koelmedium in geval van ontsnapping van de totale hoeveelheid gas geen gevaar oplevert voor personen in de ruimte voor machines. 5 In ruimten voor koelmachines en in koel- en vriesruimten moet een installatie zijn aangebracht waarmee door personen die opgesloten raken op doelmatige plaatsen alarm kan worden gegeven. Ten minste één uitgang van een dergelijke ruimte moet van binnenuit geopend kunnen worden. Uitgangen van de ruimten waarin koelinstallaties zijn ondergebracht die giftig of ontvlambaar gas gebruiken dienen waar mogelijk niet rechtstreeks toegang te geven tot ruimten voor accommodatie. 6 Wanneer in een koelinstallatie een giftig koelmedium wordt gebruikt, moeten ten minste twee persluchttoestellen aanwezig zijn, die te allen tijde bereikbaar zijn in geval koelmedium ontsnapt. Voor elke tot het toestel behorende luchtcilinder moet ten minste een reserve-cilinder met samengeperste lucht aanwezig zijn. Persluchttoestellen die deel uitmaken van de brandweeruitrusting van het vaartuig, kunnen hiertoe worden gebruikt, mits de plaatsing daarvan zodanig is dat aan beide doeleinden kan worden voldaan. 7 Ten behoeve van een veilige bedrijfsvoering en het optreden in noodsituaties moeten, met betrekking tot koelinstallaties, aan boord doelmatige richtlijnen duidelijk zichtbaar zijn opgehangen.