BWBR0004607
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 88
Vissersvaartuigenbesluit
Afmetingen lensleidingen ... 1 De inwendige middellijn van de lensleidingen moet zijn berekend volgens volgende formules, met dien verstande dat: 1°. als inwendige middellijn mag worden toegepast de dichtstbijzijnde standaardpijpmiddellijn, mits deze niet meer dan 5 percent kleiner is dan de berekende; 2°. de inwendige middellijn van de hoofdlensleiding en van de leidingen naar de pompen niet kleiner mag zijn dan die van de zuigleidingen naar de lenskorven; 3°. de inwendige middellijn van een lensleiding niet kleiner mag zijn dan 50 mm. 2 De in het eerste lid bedoelde berekende middellijn, uitgedrukt in millimeters, bedraagt: 1°. voor de hoofdlensleiding en de leidingen naar de pompen: 25 + 1,68 L(B+D); 2°. voor de zuigpijpen naar de lenskorven: 25 + 2,14 l(B+D). In deze formules is: L = de lengte, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder 17; B = de breedte, bedoeldin artikel 2, eerste lid, onder 19; D = de holte, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder 21; en l = de lengte van de waterdichte ruimte, uitgedrukt in meters. 3 De doorlaat van zuigopeningen van pompen, kranen en afsluiters moet ten minste gelijk zijn aan die van de daarop aangesloten leidingen. 4 De lensinrichting moet zodanig zijn, dat de totale capaciteit van de pompen, bedoeld in artikel 89, derde lid, kan worden aangewend voor elke waterdichte afdeling die ligt tussen het aanvaringsschot en het achterpiekschot.